is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het stuk brood, dat voor haar lag. Dan tilde ze haar hoofd op en zei vastbesloten.

„Dat is goed. Laten we dan gaan.”

21

’s Ochtends om tien uur lagen ze nog naast elkaar in bed, zijn hoofd lag op haar borst. Antonia’s kin verdween in zijn haren. Bovenop de deken lagen jassen en plaids, want in de ochtenduren hadden ze het koud gekregen en zich toegedekt met alles, wat maar bij de hand was.

Antonia schrok wakker, de haren van Zoltan kittelden in haar gezicht. „Waar ben ik?” — zocht ze een oogenblikje in haar gedachten. Alles leek verward en chaotisch. Ze had een gevoel, of ze dagen achtereen op een wild paard gezeten had, er dreunde een vermoeiend, bedwelmend rythme in haar na. Haar hoofd was zwaar, of ze te veel champagne gedronken had.

Ze zag nu Zoltan naast zich en er kwam een gevoel van teederheid in haar op, zooals ze nog nooit gekend had. Hier ligt hij naast haar als een kind en houdt haar vast, alsof hij bang is, dat ze weg zal loopen. Lieve jongen! Lieve speelkameraad! Ze hebben den heelen dag gespeeld en werden doodmoe van het ravotten. .. Nee, dat was méér dan spel. Wat merkwaardig toch! Toen ze gisteravond thuis kwamen, voelde ze zich rijp voor het huwelijk, met haar heele gedrag, met ieder woord, dat ze sprak, liet ze merken, dat ze bereid was voor een huwelijksleven. Zoltan moest dat toch opgemerkt hebben, toch viel hij zoo driftig op haar aan, toen ze uit de badkamer kwam, alsof hij wéér vreesde een hardnekkigen tegenstand te moeten o verwinnen. Het begon met een soort worsteling, een gevecht bijna . . . maar het was wel een eigenaardig gevecht, waarbij zij zich heelemaal niet verdedigde, alleen haar tanden op elkaar beet en duizelend toeliet, dat hij haar haast verstikte met zijn zoenen en haar onverwacht pijn deed. Nog altijd had ze zoo’n gekneusd, geslagen gevoel... Vroeger had ze, op oude schilderijen, wel eens zulke griezelige tafereelen gezien, waar menschen iemand allerlei wreede pijnigingen aandoen en, in groteske houdingen wringen om hem te martelen. Mooi is het niet te noemen, nee, mooi is dat uitgeleverd-zijn ook niet, die vreemde drift, die hijgende worsteling... en toch, nu alles