is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar buiten. Hij merkte te laat, dat hij haar niet voor had laten gaan. Zijn vrouw trok haar rechter schouder een beetje op en in deze houding, de eene schouder een paar centimeter hooger dan de andere, liep ze den heelen weg langs. Trotsch als een pauw, vond Zoltan, die een halve pas achter haar liep en haar zoo bekeek. Ze hield haar hoofd in de hoogte, haar oogen samengetrokken, haar lippen stijf op elkaar geknepen en ze scheen in een geprikkelde stemming te zijn.

„Wat voor een straat is dit?” vroeg hij, alleen maar om iets te zeggen.

„Dat weet ik niet!” zei Antonia.

Zoltan bleef op den hoek van de straat staan en probeerde den naam er van te ontcijferen. Antonia liep verder. Na drie stappen bleef ze staan, keerde zich om en zei: „Blijf asjeblieft niet staan, als je ziet, dat ik doorloop”.

„Maar Tony, mag ik niet eens kijken, of we soms op een verkeerden weg zijn?”

„We vyjn op den verkeerde weg,” zei Antonia veelbeteekenend en knikte met haar hoofd.

„Waarom denk je, dat we op den verkeerde weg zijn?”

„Omdat een man heusch wel weten kon, dat hij niet moet blijven staan als hij met een dame loopt.”

„Maar Tony, je bent voor mij geen dame, maar mijn vrouw,”

„Wat wil je daarmee zeggen? Is je vrouw soms minder dan een dame?”

„Wel nee, ik dacht alleen, dat er tusschen ons een vertrouwelijker verhouding is, dan tusschen „dames” en hun begeleiders gewoonlijk bestaat. Volgens mij mag bijvoorbeeld een getrouwde man wel blijven staan om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen en dan moet zijn vrouw met tegen hem te keer gaan, maar hem liever helpen zoeken.”

„Laten we asjeblieft doorloopen. Ik kan dat geklets niet aanhooren.”

„Wil je me eens zeggen waarom niet?”

„Ik wil niet met je debatteeren, want ik merk, dat je er op uit bent, me voortdurend te ergeren door me tegen te spreken, maar dat kan ik je wel zeggen, dat je ook tot die mannen behoort, die dadelijk op vrouwen neerzien, zoodra ze met haar getrouwd zijn.”

„Dat is een vergissing van je.”

„All right, dan is het maar een vergissing,” — en ze was alweer een stap vooruit.