is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de kuischheid maken plaats voor verlangen, maar in de zielen kiemt en groeit de disharmonie. De dochter van Haller is mijn vrouw, Haller moet toch weten, wat dat beteekent. Hij houdt van zijn dochter, waarom houdt hij dan ook niet een beetje van mij? Waarom helpt hij me niet mijn zorgen te verlichten, hij weet toch, dat ik anders gewetenswroeging moet hebben tegenover mijn vader! Soms beschouwt hij mij zelfs als quantité négligeable. Alleen Antonia is belangrijk voor hem, de hoofdzaak is, dat zij het goed en prettig heeft, ik ben alleen maar een middel tot het doel, een eigen leven heb ik in zijn oogen heelemaal niet! Dat is toch ook een beetje gek! En ik bewijs hun en mijzelf een slechten dienst als ik nog langer zwijg. Ik moet het eens probeeren met oprechtheid.

Zoo dacht Zoltan, toen hij op een avond met een behoorlijke som geld naar huis ging. Hij was blij met het verdiende geld en hij kreeg meer zelfrespect. Antonia zou ook blij zijn, als hij haar het geld gaf... het was werkelijk een behoorlijk bedrag ...

„Ik heb wat geld meegebracht,” zei hij na het eten, en gaf het haar. „Tel het even na, wil je.”

Antonia zweeg, ze was bleek en voelde zich niet lekker. Ze bracht het geld naar de slaapkamer en legde het in haar linnenkast. Zoltan wachtte nog even, maar toen ze niet terugkwam, ging hij kijken wat ze deed.

„Tony, ik zou graag iets met je willen bespreken,” zei hij verlegen. Antonia zat in elkaar gedoken op den rand van haar bed, de deur van de linnenkast stond open.

„Wat is er, Zoltan?”

„Ik heb al eens met je over vader gesproken ...”

„Kunnen we dat nu niet laten rusten?”

„Maar ik ben bezorgd over hem. Nu zou er een oplossing te vinden zijn. Mijn inkomsten zijn goddank grooter dan ik gedacht heb.”

Antonia keek hem vragend aan.

„Natuurlijk is mijn inkomen nog niet voldoende,” zei hij vlug, „nog verreweg niet voldoende, maar misschien konden we toch een klein bedrag er van missen, laten we zeggen...”

„Bedoel je geregeld elke maand?”

„Ja, ik geloof...” . .

„Ik wil me met met de zaak bemoeien, maar ik vind het tamelijk lichtzinnig van je.”

„Ik geef het toch niet voor mezelf uit!”

„Dat weet ik. Maar je neemt ongewild een verplichting op