is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet meer hielp”. Maar nu barstte hij toch uit. Altijd maar die vent in huis! Altijd maar dat geklets over literatuur en kunst! Geest! Moraal! De menschheid! Wat wil ze toch met die menschheid? Er bestaat geen menschheid, er bestaan geen menschen om haar heen, want ze merkt hen niet eens op! Zou ze wel eens eindelijk begrijpen, dat al die abstracte dingen haar niet verder helpen en dat het leven uit eenvoudige feiten bestaat waar ze zich liever mee bemoeien moest? Ida luisterde met opgeheven hoofd naar dien ongewonen woordenvloed, er lag een fijn glimlachje om haar lippen. Hij was toch immers een. primitief mensch, een zakenman, wiens argumenten je rustig aan moest hooren en met wien je niet moest debatteeren. Hij zou wel kalmeeren. Maar Haller ging door. „Met je dochter bemoei je je natuurlijk niet. Wat er met haar gebeurt, laat je koudj” — „Wat is er dan met haar?” vroeg Ida op een onverschilligen toon, omdat ze zeker wist, dat hij weer met een of ander belachelijk verhaal aan zou komen, met een of andere gewichtigdoenerij, die een denkend mensch, „een hoogstaand wezen” koud laat. „Wat er met haar is? Die vraag is typeerend voor je! Enfin, ik verzoek je je verloopen dichters en je verheven filosofen in den steek te laten en eens naar je dochter te gaan, want die verwacht een baby.”

Ida keek hem met groote, verbaasde oogen aan.

„Een baby?”

„Ja. Kijk maar niet zoo gek. Het kind is nog niet geboren, maar het is al onderweg.”

„Onderweg?”

„Ja. Verbaast je dat? Het kind is onderweg, op de gewone manier.”

Ida schudde haar hoofd. „Arm kind,” zuchtte ze en op haar gezicht lag een eigenaardige uitdrukking. Zou het medelijden zijn? vroeg Haller zich af.

„Waarom heb je zoo’n medelijden met haar?” zei hij.

„Omdat.. . omdat... Maar dat kan ik jou toch met uitleggen.” Ze liep naar de deur, draaide zich daar nog even om. „In elk geval dank ik je voor de mededeeling. Ik geef toe, dat ik er niets van wist, maar als verontschuldiging kan dienen, dat ik hierop werkelijk niet kon rekenen.”

Kon ze daar niet op rekenen? Haller keek haar verstomd na. Waar leeft ze dan met haar gedachten? Ze kijkt of er iets heel buitengewoons gebeurd is . .. zooiets komt toch honderd keer per dag voor! Een meisje wordt vrouw, een vrouw wordt