is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij trok haar naar zich toe en wilde haar een zoen geven maar ze trok haar hoofd weg.

„Je bent een beetje zenuwachtig, schat, maar ik ben niet boos op ie, je kunt er niets aan doen, dat komt door je toestand. Het zal later wel overgaan, je moet je niet te veel door je gedachten in beslag laten nemen, kom, laten we nu eerst gaan eten, dan kunnen we het straks nog eens bepraten.”

^ ^„Natuurlijk! Na een avontuurtje heeft een mensch honger,

„Niet na een avontuurtje, maar na hard werken.”

„Durf je dan ontkennen, dat je een verhouding hebt met mevrouw Nddai?”

„Die heb ik vroeger gehad, daar weet je trouwens alles van. Maar sinds ik getrouwd ben, heb ik haar niet meer gezien.”

„En daar durf je natuurlijk op zweren.”

„Zeker. Ik zweer het je.”

„Mij goed! Voor mijn part doe je er een eed op!”

. „Praat toch geen onzin, kind, je hebt heusch geen reden tot jaloezie. Als dat alles is, dan kunnen we gerust gaan eten.”

Hij belde en het dienstmeisje bracht het eten binnen. Antonia zat in elkaar gedoken aan tafel en at niets. Zoltan lepelde zijn soep smakelijk naar binnen, maar hij werd toch steeds geprikkelder. Je kunt toch niet eten, als je vrouw met een zuur gezicht tegenover je zit! Dat vergalt je alles! Wat mankeert haar nu weer. Waarvan beschuldigt ze hem nu weer? Wat haalt ze nu weer in haar hoofd? Zou dat alles door haar toestand komen, raakt een vrouw daar zoo door van streek? Waar heb je in godsnaam een kind voor noodig, als je er bij voorbaat al zoo’n prijs voor moet betalen! Vroeger was het een plezier om thuis te komen, nu zou hij het liefst maar heelemaal wegblijven. Het vleesch stond nu ook op tafel, maar zijn eetlust was weg. Zoo kon hij niet eten.

„Hoe kom je er toch bij die vrouw er weer bij te halen?” vroeg hij opeens woedend.

Antonia gaf geen antwoord. Het dienstmeisje bracht schoone borden.

„Ik heb genoeg,” zei Zoltdn en stond op.

Antonia keek met een minachtenden blik naar hem. Wat een onopgevoede vlegel, dacht ze, hij staat zoo maar van tafel op.

„Kom,” zei Zoltan en pakte haar hand vast. Hij trok haar mee naar de andere kamer, bij de piano bleven ze staan.

„Vertel nu eens wat er met die vrouw is.”