is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze liep haastig de smalle trap op naar de tweede verdieping. Voor een deur bleef ze staan en drukte op den belknop. Wat is dat, waarom wordt de deur niet opengedaan! Willen ze haar hier ook niet hebben? Ze moest twee keer bellen, voordat de dienstbode haar opendeed. Ze stapte in een kleine vestibule, daarna in een wachtkamer, waar bijna dezelfde atmosfeer heerschte als bij den professor, alleen waren hier geen menschen. Bij het raam stond een schraal palmpje te treuren. Wat zijn de stoelen hier hard, je kunt er nauwelijks op zitten! Maar nu moet het uit zijn met de opwinding. Ik ben niet opgewonden, alleen heb ik een beetje hartkloppingen, dacht Antonia. Zie je, Zoltan, zoo ver heb je het laten komen. De vrouw van Zoltan Bittó zit hier tusschen de zonde, het lijden en de onzedelijkheid! Ze gooide trots haar hoofd in den nek en liep, toen de dokter de deur opendeed en haar nieuwsgierig aankeek, met kalme passen naar hem toe.

„Dag mevrouw. Komt u binnen en neemt u plaats.”

De stem van den dokter klonk als een bevel, Antonia schrok er van en ging schichtig zitten. Ze keek den man angstig aan, hoewel ze eigenlijk niets bijzonders aan hem zag. Hij was ongeveer achtendertig jaar en had een glimmend bruin gezicht, onrustige, donkere oogen, een grooten mond met paarsroode lippen, vooruitstaande gele tanden, een voorhoofd vol rimpels en dicht zwart kroeshaar. Hij had een gekreukelde, lange linnen jas aan met een paar vlekken er op. Toen hij ging zitten, sloeg hij zijn eene been over het andere: de veters bengelden slordig uit zijn schoenen. Zijn nagels waren plat, zijn vingers stomp en geel van de nicotine. Antonia wist niet waarom, maar ze voelde een rilling van afschuw langs haar rug gaan. Ze sloot haar oogen om te vergeten, hoe de man er uit zag, aan wien ze nu haar leven ging toevertrouwen ... want deze man was vuil, niet alleen uiterlijk, maar ook zijn binnenste was onrein ... ruw, brutaal, gemeen ... och nee, dat is maar verbeelding ... hij is toch immers dokter!

„Hoe is uw naam, mevrouw? En wat hebt u voor klachten?”

Antonia begon verlegen in haar taschje te zoeken.

„Ik zou graag mijn naam en andere gegevens willen verzwijgen, dokter!”

„Hoe komt u daar bij? Wat bedoelt u eigenlijk?” (Wat een onhebbelijke manieren! Maar hij is toch dokter!)

„Wilt u even naar me luisteren? Mijn naam komt er niet op aan. Gelooft u me, ik ben van goeden huize en ook getrouwd,