is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en verliefd ... je hebt me in je leven opgenomen, maar ik maak niet een deel van je leven uit. Ik heb wel het recht van je te houden, ik heb het recht in jullie auto te zitten en soms luister je ook naar me. Ik voel me hier soms, of ik je amant W3-S». de amant van jou en je familie, die je soms om geheimzinnige, soms om duidelijke redenen verbergen moet. Je hebt bepaald niet goed geweten, wat je deed, toen je mijn vrouw werd. En je weet het nu nog niet.”

Antonia zat voorover gebogen en liet haar handen tusschen haar knieën hangen. Ze vond Zoltan weer antipathiek en haar vijandige stemming steeg van minuut tot minuut. Wat tactloos is hij! Wat een kleingeestig en egoïstisch mensch! Hij praat maar voortdurend over zichzelf, verdedigt zijn eigen belangd» maar hij is niet in staat het gevoel van een ander te begrijpen. Heeft hij dan niet gehoord, wat een verschrikkelijke operatie ze doorstaan heeft? Heeft hij dan niet gehoord, dat ze aan den rand van het graf stond? Kan hij zich niet boven de gemaakte fouten verheffen, kan hij niet vergeven, kan hij niet blij zijn met dat, wat is, kan hij niet hopen op een betere, mooie toekomst? Het was jammer dit gesprek te beginnen!

„Je hebt de grootste zonde begaan, die een vrouw tegenover haar man kan doen. Net zoo’n groote zonde als ontrouw.”

Antonia ging met een ruk rechtop zitten. Haar bleeke gezicht werd vuurrood, aan haar hals spanden zich de spieren.

„En als ik een zonde begaan heb,” — barstte ze los, — „dan heb jij me in die zonde gedreven!”

„En je hebt nog een grooten mond ook!”

„Wat moet ik dan doen? Je komt thuis en begint me hier een boetpredikatie te houden! Waarom? Als ik een zonde bega, hou je dan niet meer van me? Gesteld, dat ik werkelijk een zonde bega, wat dan? Reikt jouw liefde alleen tot daar? Begint dan de veroordeeling en de predicatie? Wie ben je? Een rechter? Een vijand? Of mijn man?”

„Maar je hebt een zonde begaan tegenover mij, begrijp je dat dan niet?” 1 6 J

„En wie heeft er reden voor gegeven? Niet jij soms?” Ze schreeuwde^ het hem heesch in zijn gezicht. — Ze krijscht, dacht Zoltan. — „Heb jij dan niet gelogen? Liegt dan die ideale echtgenoot, waar ik ook eens een woordje over zou willen praten?!”

Zoltan hief zijn arm op, zijn hand balde hij tot een vuist.

3>Zeg niet, dat ik gelogen heb. Dat is niet waar!”