is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het dienstmeisje kwam de kamer binnen. Zoltan liet Antonia los.

„Maak mijn bed op, Louise,” zei Antonia. „Ik ga naar bed.” Zoltdn rende woedend weg en sloeg de deur dreunend achter zich dicht.

De man:

Ik zal je wel klein krijgen, mispunt. Met mooie woorden en toegevendheid bereik je bij haar niets! Ik heb nu alles geprobeerd. Ze legt alles verkeerd uit, ze denkt, dat ik door haar liefde gebonden ben. Volgens haar bestaat ons huwelijk daaruit, dat \ij denkt, doet, ^ij beveelt en ik moet gehoorzamen. Ik heb haar een klap in haar gezicht gegeven, de palm van mijn hand brandt er van. Maar ik moest het doen. Ik moet haar klein krijgen! We zijn wel diep gezonken. Zij laat haar kind wegnemen, als een verloopen straatmeid! Ze zegt niets, loopt maar gewoon weg en laat zich opereeren. En dat is een meisje van goeden huize! Een aanstaande moederl Ik heb haar niet alleen een klap gegeven, maar haar ook flink door elkaar geschud. En als die Louise niet binnen gekomen was ... ’t was maar goed, dat ze juist kwam. Onze vaders hebben het bij het rechte eind gehad, vrouwen moet je ranselen! Ze wil op reis! Heb je ooit zooiets gehoord? Waar naar toe, met wie, met wat voor geld? Natuurlijk weer met haar vaders geld! Ik smijt den oude er uit, als hij nog één keer zijn voet hier over den drempel zet. Die oude woekeraar verpest met zijn geld mijn heele huwelijk. Een huwelijk, waarin de

4J

De vrouw:

Nu moet ik oppassen, dat ik niet zoo diep zink als hij. Hij is een beest, een dronken koetsier, die vecht met een vrouw. Wacht maar, als ik gezond ben... nee, al ben je gezond, vechten mag je toch niet. Je kunt ook zien, waar hij vandaan komt. Een debat met een klap beslechten! Dat heeft hij zeker van zijn vader geleerd, die heeft zijn moeder ook zeker geslagen. Wat een opvoedingl Een zieke vrouw te slaan! Wat ik ook gedaan heb: ik ben nu ziek en uitgeput. Die vent weet niet eens, wat liefde is, om niet te spreken van teederheid ... Nota bene ... de dokter heeft het aangeraden om op reis te gaan. Maar hij vraagt niets, praat nergens over, wordt alleen woedend en begint te slaan. Hij denkt er niet eens over na, of hij niet mee op reis zou kunnen gaan, hij verbiedt maar eenvoudig, dat ik ga. Hij zwaait met zijn vuist en schreeuwt, dat er niets van komen kan. Maar ik zal je wel eens laten zien ventje, dat ik toch ga! Ik ga hier uit Budapest vandaan, ik kom nooit meer terug. Nooit. Hij mag wachten, zoolang hij wil, maar hij ziet me niet terugkomen, hij mag wachten, tot hij uit de woning gezet wordt en dan kan hij teruggaan naar de Wesselényistraat, naar de sletten,