is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten we aannemen, dat hij die bewuste grondbezitter is ... dan leent hij het geld, alleen zegt hij het niet. Is hij dan niet goed genoeg voor het geld? Wil hij het dan niet terugbetalen? Waarom aHes UIt egg,T’ ZO° is het eenvoudiger. Hij moet natuurlijk

mml°uleel EebbexnTals die provinciaal. Hij moet alleen maar geld hebben voor Nice, voor zijn verblijf daar, voor een paar aardige cadeautjes voor Tony, om royaal te leven en vrede te sluiten. Dat kleine bedragje, dat hij noodig heeft, telt feiteliik met eens mee, maar om denpractischen zin van meneer Tomi te bevredigen, zal hij een groote som opnemen, de rest, die hij met noodig heeft, kan hij op een bank deponeeren, dan heeft hij alleen de rente te betalen. Het is niet eens riskant, zooveel zal hi] toch zeker wel verdienen en dan kan hij het geld gauw genoeg terugbetalen. Als hij uit Nice terugkomt, kan hij de heele zaak hquideeren, het geld terugbetalen en klaar is kees. Daar is hij toch advocaat voor!

M^dat WaS bi^ jNa drjf opwindende dagen ging hij weer naar Magda om over de geldkwestie te praten. Ze was in een slecht humeur en vertelde ook waarom: Tomi was naar een stad ergens in de provincie om daar op te treden en had haar niet meegenomen. Ze maakte een afwerende beweging en boog Z1'chT,vf:blt1:erd ovef de paperassen van Zoltan. 8

”Ik beb 31168 in de kleinste bijzonderheden opgeteekend. Ki]k, hier staat de som aangegeven, die we uitleenen, dit zijn de bedragen zooals ze terugbetaald zullen worden, hier is de

tlnitenanSegkVen n ;-hleTr de termijnbetalingen per kwartaal. De man heet Balint Laky van Nagylak. Conutaat Somogy

gemeente Berzence. Hij is van heel goede familie, zijn landgoed is prachtig onderhouden, het is een goudmijntje.”

„Kan ik werkelijk gerust zijn over mijn geld5”

„Werkelijk!” °

Magda leunde achterover in haar gemakkelijken stoel, ze sloeg haar beenen over elkaar en zuchtte. °

leven.is t°ch merkwaardig. Ik heb me nooit kunnen voorstellen, dat ik ruzie zou kunnen krijgen met Tomi. En toen hl] vanmorgen vertrok, kwam het er toch toe .. ”

„Hebt u ruzie gehad?”

..”lb wist met dat een artist zoo driftig en zoo koppig kon zi]n. Ik dacht altijd, dat ze groote kinderen waren, die8voor un idealen leven. Waarom zou ik hem storen, als ik met hem meeging. Hl] zei dat hij geen oppasser noodig had. Hij kon zich met voorstellen, dat ik graag wilde zien hoe hij ontvangen