is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Een oogenblik, meneer”. Dan, na een tijdje, klonk een vrouwenstem en de gérant gaf de boodschap door: „De dames wachten op u, meneer.”

Het was ’s avonds om zeven uur. Zoltan kwam niet op den geschiktsten tijd. De dames kleedden zich juist voor het diner en toen Zoltan tikte, kwam hij in een rommelige kamer, waar een vreemde voor den spiegel zat en verlegen haar peignoir dichter om zich heen haalde. Een vreemde? Nee, een vriendin van Tony, dus ook een vriendin van hem.

„Goedenavond,” groette Zoltan glimlachend. „Ik stoor toch niet?”

Mevrouw Puskas gaf hem de hand.

„Anti is aan ’t baden.”

„Anti?”

„Ja, Antonia.”

„Ja, ja, natuurlijk. Is ze aan ’t baden? Zal ik niet liever weg gaan en beneden wachten?” Hij keek verstrooid naar de twee bedden. In welk zou Antonia slapen?

Mevrouw Puskas lachte opgewekt: „Bent u pas aangekomen? Regelrecht uit Budapest?”. Ze deed de deur van de badkamer op een kier en riep: „Anti, hier is je man!”

„Ja, ik kom direct!”

Haar stem was rustig, zakelijk. Ze had net zoo goed kunnen zeggen: het badwater is warm, of: ik heb honger, of zooiets. Maar dat was juist goed. Ze vindt het niet vreemd, dat haar man gekomen is, ze vindt het heel vanzelfsprekend.

„En hoe staan de zaken in Budapest? Wilt u een sigaret hebben? Ik ben onmiddellijk klaar. Nou, waar is mijn tweede schoen? O, hier. Bent u werkelijk pas aangekomen?”

Ze kwetterde maar aan één stuk door en Zoltan voelde zich een beetje lomp bij deze vrouw. Eer hij op de eene vraag had kunnen antwoorden, richtte ze al vijf nieuwe tot hem.

„Gaat u toch zitten,” zei ze.

Het was iets aardigs aan haar, dat ze steeds glimlachte. Een opgewekte, knappe vrouw, heelemaal niet opdringerig. Ze had prachtige, donkere oogen en een middelmatig klein, bewegelijk figuurtje.

Hij kon nergens gaan zitten, overal lagen kleedingstukken verspreid. De heele kamer rook naar badwater, heerhjke zeep en toiletwater. Zoltan legde zijn overjas op een van de stoelen, waar nog een plaatsje vrij was. Hij leunde tegen een kast, terwijl mevrouw Puskas haar schoenen aantrok.