is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dus u vertelt niets?” vroeg ze.

„Ik heb niets bijzonders te vertellen. Hoe gaat het met Antonia?”

„Goed. Uitstekend.”

De deur van de badkamer ging open en Antonia kwam te voorschijn. Ze had een blauwe badmuts op eneenzachten,ruigen badmantel aan, haar gezicht was nog nat. Uit de badkamer stroomde dampige, warme lucht, uit de badkuip liep het water slurpend weg.

„Dag Zoltan, wanneer ben je aangekomen?” vroeg ze en gaf hem een hand.

„Zoo pas, een uur geleden. Je moet me excuseeren, dat ik hier zoo onmiddellijk een inval gedaan heb, maar je kunt wel begrijpen, dat ik niet om Nice ben gekomen, maar om jou. Ik ben blij, dat je er zoo goed uit ziet.”

„Gelukkig ... En hoe gaat het met jou?”

„Goed, dank je. Maar ik wil je niet storen. Ik zie, dat jullie vanavond ergens naar toe willen gaan. Ik kon je geen bericht sturen, omdat ik niet wist, waar je was. Ik heb zoomaar lukraak gezocht.” — Opeens merkte, hij dat alle twee vrouwen hem nieuwsgierig en oplettend zaten aan te kijken. Hij meende op het gezicht van mevrouw Puskas belangstelling, sympathie en ook een beetje deelneming te ontdekken, blijkbaar had hij dus den juisten toon gevonden. „Ik hoef je zeker niet te zeggen, dat ik graag met je wilde praten, ik hoop dat je me daar de gelegenheid toe geeft. Ik weet niet, in hoeverre mijn hierzijn je gelegen komt. .. daarom zou ik graag willen weten of je er iets op tegen hebt, dat ik in dit hotel logeer.. .”

Antonia kon haar antwoord niet dadelijk vinden. Ze had iets anders verwacht. Ze was er op voorbereid vroeger of later haar man te ontmoeten, dat was immers niet te ontgaan, maar ze had er steeds erg tegenop gezien. Ze had verwijten verwacht en een stormachtige scène. Deze beleefde, haast nederige stem van Zoltan verraste haar. Toch voelde ze in den klank er van ook zelfrespect. Haar man bewoog zich verrassend gemakkelijk.

„Natuurlijk heb ik er niets op tegen.”

„Dank je wel, Antonia. Dan ga ik nu weg. Ik zal je laten weten, welke kamer ik heb gekregen. En dan zou ik graag willen, dat je morgen of overmorgen een paar minuten tijd had voor me. Ik zal in mijn kamer op je boodschap wachten.”

„Maar ... dat is niet noodig ... we gaan juist dineeren ... waarom zou je niet met ons meegaan?”