is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komt, is interessant. Niemand dwingt haar het te doen en toch vertelt ze de waarheid over zichzelf. Deze paria onderhoudt nog een ander mensch; onder haar bestaan nog andere lagen van de maatschappij, die ook op de een of andere manier leven. Verschrikkelij k.

Den volgenden dag kwam hij opvallend rustig op de afgesproken plaats en vroeg, of ze van Rudi afstand zou kunnen doen. Of ze geen lust had om te trouwen? Of ze niet genoeg had van dit gevaarlijke en vernederende werk? Etel luisterde argwanend. Zou hij door de een of andere instelling, die haar op den goeden weg wil brengen, op haar afgestuurd zijn? Haller stelde haar gerust. — „Mijn belangstelling voor jou is heelemaal van particulieren aard,” zei hij en hij vond, dat nu het oogenblik gekomen was om over zichzelf te praten. „Zooals je ziet, ben ik niet jong meer. Ik heb geld en werk veel. Toen ik liep te wandelen, ben je me opgevallen en ik dacht, dat ik je helpen moest. En dat wil ik ook doen, als je mijn hulp tenminste niet afwijst.”

„Maar waarom wilt u het doen?” vroeg de vrouw achterdochtig.

„Ik vraag er geen wederdienst voor.”

„Niets?”

„Niets!”

„Maar waarom doet u het dan?”

„Daar kan ik maar niet zoo in ’t kort op antwoorden. Als we meer met elkaar praten, zul je dat alles wel te weten komen. Ik ben geen opgewekt mensch en ik heb veel teleurstellingen gehad, niet alleen met de menschen in het algemeen, maar ook met mijn familie. Ik zou graag een thuis voor mezelf willen maken, waar ik me rustig en op mijn gemak voel. Dat ontbreekt me nu. Toen ik je zei, dat ik niets van je wilde, heb ik me niet precies uitgedrukt. Ik zou het prettig vinden, als ik je helpen kon. Ik zou blij zijn, als ik je uit de misère kon halen. Soms denk ik, dat het komt dat ik veel geld heb, omdat jij en Rudi en andere menschen van jullie soort niets hebben. Misschien begrijp je me niet, voor mezelf is het ook niet heelemaal duidelijk, maar er zal wel waarheid liggen in die gedachten. Misschien is het niet heelemaal juist, dat wij, gefortuneerde menschen, van jullie afgenomen hebben, wat we bezitten, maar het is niet onmogelijk, dat wij, die iets bezitten, jullie verhinderen ook iets te hebben. Ik probeer nu iets terug te geven en het doet me goed het te

Kchtgenooten 17