is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

regels geen rol van profeet spelen, ik zou trouwens ook geen uitweg weten uit deze maatschappelijke crisis van de menschheid. Deze crisis is heelemaal met nieuw, de symptomen zijn in alle tijden terug te vinden, de vorm er van verandert, maar de kern zal nog langen tijd dezelfde blijven. Ik stel het volgende vast: ik ben ontevreden. Ik ben niet tevreden met de indeeling van het menschelijk leven, volgens welke indeeling maar een klein gedeelte van de menschheid welvaart en macht bereiken kan terwijl de groote meerderheid gedoemd is tot een menschonteerend gezwoeg. Ik ben genoodzaakt te bekennen, dat het resultaat van mijn leven niet uitsluitend te danken is aan mijn verdienste, maar hoofdzakelijk aan het regime, waaronder ik geleefd heb, waaronder het mij gelukt is op te klimmen en dat ik ook heb helpen in stand houden. Ik weet wel, dat dit regime oorspronkelijk niet nieuw is en dat de slechtere en meer gewelddadige helft van de menschelijke natuur het altijd weer opnieuw in den een of anderen vorm in het leven roept; ik weet, dat de mensch bij het scheppen van een georganiseerde maatschappij die maatschappij ook tegelijkertijd in klassen verdeelt en dat er altijd weer een regeerende klasse ontstaat, die een gemakkelijk leven leidt, in gewichtige kwesties beslist en door de andere klassen gediend wordt. In mij is het geloof aan mijn voorrecht gaan wankelen. Het verlangen naar de gelijkheid van den mensch is langzamerhand in me opgekomen en ik kan een toestand, waarin economische gelijkheid ontbreekt, geen ware gelijkheid noemen. Ik kan echter niet gelooven, dat de twintigste of de eenentwintigste eeuw voorbij zou gaan, zonder dat de menschheid deze onverdragelijke onrechtvaardigheid verhelpen zou.

Deze hoop kan wel een utopistische droom zijn, maar het is ook mogelijk, dat ze waarheid wordt. Ik ben geen socioloog, nog minder een strijder en ik twijfel zoowel aan de duurzaamheid van door strijd behaalde resultaten, als ook aan de moreele waarde er van. De tweede helft van mijn leven hela ik in de twintigste eeuw geleefd en ik beklaag mezelf daar niet om. De mensch van dezen tijd is ongelukkig omdat er oorlogen en revoluties gewoed hebben, maar hij is ook gelukkig, omdat hij vraagstukken, die hij in de vorige eeuw om zoo te zeggen, practisch niet durfde benaderen, nu helderder ziet. De menschheid is nog jong en werkt zich van zijn laag niveau op tot hooger en reiner idealen. De menschheid! Onbegrijpelijk groot woord! Een geheimzinnige wereld, wier ontstaan ik niet ken