is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blik van het scheiden, trok jij me plotseling naar je toe ... wat er daarna kwam, was alleen maar een vertwijfelde worsteling ... ik weet niet eens, of het met mij was, of met de liefde ... met de liefde, die ons leven zoo grondig verstoorde. De laatste dagen heb ik dikwijls aan die scène gedacht... de herinnering heeft me dikwijls gelukkig gemaakt, maar ook dikwijls beangst. Wat een vuur brandt er in een mensch! Wat voor vulkanen loeien er! Is het dan als mogelijk te veronderstellen, dat de mensch vlak voor zijn dood nog van de liefde profiteeren wil? Heeft de hartstocht dan zoo’n kracht, dat hij opbruist vlak voor den dood en opstaat tegen den ondergang? Ik spreek niet zonder reden over den dood, Zoltan. Als we van elkaar gaan, is dat het eind van het grootste en mooiste deel van ons leven. Maar wat moet ik denken van dat afscheid van toen? Wat was je toen? Een vluchtend mensch, die nog even terugkijkt? Een dief, die nog een laatste vrucht plukt van een verboden boom? Een dier, dat... Ik kan niet aannemen, dat het toen alleen zinnelijke driften waren die je naar me toedreven, dat ik toen alleen maar een meer of minder knap vrouwtje was, dat je beviel, met wie het prettig was naar bed te gaan. Dien donkeren namiddag heb je nog gehouden van me. Is het mogelijk, dat dat infernaal brandende gevoel sindsdien gedoofd is in je? Waarom? Waarom zou ik moeten aannemen dat je nu niet meer van me houdt? 1^ hou nog meer van je dan vroeger. Meer . .. en op een andere manier. Ik heb veel geleden en ik ben ook erg veranderd. Je zei, dat mannen zich door den drang, dien vrouwen op hen uitoefenen, opofferen, hun leven verknoeien. Je beweert, dat de vrouwen verantwoordelijk zijn voor jouw leven en zelfs voor den toestand van de wereld. Daar wil ik niet over debatteeren. Waarom zou ik een andere opinie hebben over de vrouwen, die hun mannen zich dood laten werken en over die mannen, die zwoegen, ploeteren, stelen en oplichten om hun vrouwen een brillanten ring of een bontmantel meer te kunnen koopen? Ik veroordeel ze net zoo hard als jij, maar ik moet er je opmerkzaam op maken, dat er ook andere vrouwen bestaan. Er zijn vrouwen, die samen met hun man méé zwoegen, die net zulke mishandelde, vernederde, onderdrukte slaven van het leven zijn als de mannen. Zulke vrouwen zijn er ook, de meesten zijn zelfs zoo. Daar zullen we later nog eens nader over spreken. Ik wilde je nu alleen maar zeggen, dat ik mij bijvoorbeeld voor jou heelemaal had willen opofferen .. .”

Ze sprong op en sloeg zenuwachtig haar handen voor haar