is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik dacht dat je een vijand van me was. Ik dacht, dat als je er achter kwam hoe ik denk, je me uit zou lachen en me zou gaan minachten. Ik dacht datje me voor zwak aan zou zien.”

Zoltan boog zijn hooid en keek naar zijn mager geworden handen.

Antonia kroop op zijn schoot, omhelsde hem en zoende zijn mager, bleek gezicht... Het was, alsof ze hem nu, om hem te troosten haar liefde aanbood, als een soort verdoovingsmiddel... als zonneschijn aan een gevangene, als een warme schotel aan een hongerlijder ... en ook om zichzelf een beetje rust, een beetje vergetelheid te geven ... Het moet nu maar uit zijn, langer houden we het niet uit! ... Maar Zoltan maakte zich moe en terneergeslagen los uit haar omarming, streelde haar zacht over haar gezicht en stond verlegen op.

„Ik zie alles heel donker in ... ik weet niet wat er van ons terecht moet komen.”

91

Meer dan een week kwamen ze zoo bij elkaar en spraken over al hun bezwaen. Ze kwamen tot de conclusie, dat ze niet heelemaal met hun oude leven konden breken, omdat er nog veel kwesties bleven die in orde gemaakt moesten worden. Ze moesten de hulp van Ida aannemen en er in berusten, dat die hulp al gegeven was ook: Ida had Magda de som die Zoltan haar schuldig was, gestuurd. Ze zagen in, dat ze moeder dat geld terug moesten geven, en dat ze daarom werken moesten en iederen cent besparen, die ze maar konden. Voorloopig moesten ze dat wat hun geboden werd aannemen. De wereld^ die hun langzamerhand al minder en minder aantrekkelijk leek, gaf niet zonder een bepaalde reden brood en levensmogelijkheid imn den mensch. Wel was het een akelig idéé, dat het weer een vrouw was, die Zoltan haar hulp aanbood, en nog wel een vrouw voor wie Zoltan genegenheid voelde, maar ze waren met in de gelegenheid die hulp af te slaan. Charlotte’s aanbod moesten ze des te meer apprecieeren, omdat het hun den weg opende naar de uitkomst en hun leven van Budapest afkeerde. Moeder huilde, toen ze haar hun besluit telefoneerden, moeder huilde, omdat ze nu haar laatste levensjaren maar met hen wilde doorbrengen. Ze moesten haar troosten met de belofte, dat ze haar dikwijls zouden bezoeken en dat zijzelf ook bij hen kon komen wanneer ze maar wilde.