is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den Kerstboom wilde maar niet opschieten. Antonia was niet tevreden met het resultaat van haar werk, telkens als ze iets opgehangen had, nam ze het weer van den boom, om het een andere plaats te geven. Zoltan vond het jammer van de moeite, maar hij mocht niet helpen. Ondertusschen werd het zes uur, het feest zou al gauw beginnen, de menschen konden elk oogenblik komen opdagen en ze waren nog steeds niet aangekleed. Antonia stond op een stoel en wilde de hoogste kaars aansteken. De vlam van de kaars stak een versiering aan en Zoltan was bang dat straks de heele boom in brand zou vliegen.

Hij sprong op en liep naar den boom toe. „Maar Charlotte, pas toch op! ..riep hij.

Plotseling bleef hij versteend van schrik stilstaan. De lucifer viel Antonia uit haar hand. Ze keek met een verschrikt gezicht naar beneden en kreeg een aanval van duizeligheid. Zoltan breidde zijn armen uit om haar op te vangen, als ze soms mocht vallen.

„Raak me niet aan,” fluisterde ze heesch en wankelde met een bleek gezicht de kamer uit.

Wat is er met me gebeurd? vroeg Zoltan zichzelf verbaasd af. — Ben ik nou gek geworden?

Hij liep Antonia achterna, ze zat inelkaar gedoken in een hoek van de andere kamer en staarde voor zich uit.

„Schat, wees niet boos op me!”

Antonia keek hem met starre oogen aan. „Ben ik Charlotte?” vroeg ze vertwijfeld.

„Wel nee!” riep Zoltan. „Ik weet niet hoe die naam me zoo plotseling op mijn tong kwam, dat moet je niet zoo tragisch opnemen, daar steekt toch niets achter! Het heeft hoegenaamd niets te beteekenen.”

Antonia schudde haar hoofd, haar gezicht was vaalbleek. „Heeft dat niets te beteekenen?” vroeg ze dof.

„Natuurlijk niet. Ik zweer je, dat ik nooit aan Charlotte denk, ik heb niets met haar uit te staaan, ik heb haar allang vergeten, ik hou niet van haar en ik haat haar ook niet, ze is mij heelemaal onverschillig en het kan me niets schelen hoe het met haar gaat. Je denkt toch niet, dat ik hier teruggetrokken en gelukkig met jou leef, en onderwijl aan een andere vrouw denk! Het was een ellendig toeval, dat ik dien naam uitsprak. Een booze geest wilde ons Kerstfeest verstoren. Maar dat moeten we niet toelaten. Als we ons door hem van steek laten brengen krijgt hij macht over ons ...”