is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En waarom hebt u zich dan niet laten onderzoeken?”

„Ik wilde niet... ik wilde niet ziek zijn.”

„Hoe oud bent u?”

„Ik word eenenveertig.”

„Leven uw ouders nog?”

„Mijn moeder wel, mijn vader is al dood.”

„Waaraan stierf hij?”

„Hij had een hartkwaal en is plotseling gestorven.”

„Kunt u zich nog herinneren welke kinderziekten u gehad heeft?” ö

„Ik heb waterpokken gehad en dan ... hoe heet het ook al weer ... roodvonk ... ja, roodvonk ook.”

„En wat nog meer?”

„Ik heb dikwijls keelpijn gehad.”

„Zijn uw amandelen er uit genomen?”

„Nee, dat zijn ze niet.”

„Mag ik even een lepel hebben? Doet u uw mond open Nog wat verder. Zegt u nu: „aa”... Zoo dank u. Hebt u dikwijls keelontsteking gehad?”

een paar keer. Maar sinds ik getrouwd ben zelden. Ja, dat is waar ook, ik heb ook nog gewrichtsontsteking gehad, rnaar dat is al heel lang geleden. Ik was toen nog maar dertien of veertien jaar.”

„Hebt u eetlust?”

„Dat is erg verschillend. Soms wel. ” h b?’1 k°mt me voor> dat u uw ziekte nogal stilgehouden

Antonia knikte, ze keek even naar Zoltan.

»J®> heb het verzwegen ... maar ...” Ze richtte zich een beetje op en zei hijgend ... „Ik zou zoo graag willen leven, dokter! Ik wil nog niet dood gaan! We houden zooveel van e”^r — dc wilde hem niet laten schrikken, ik heb zelf ook altijd gedacht, dat het maar vermoeidheid was die vanzelf over zou gaan ... ik wilde ons leven niet in de war sturen ... een ziek mensch kan niet gelukkig zijn en ook een ander mensch met gelukkig maken ... Wat mankeert me, dokter? Wat heb ik? Helpt u me astublieft.”

De dokter drukte haar zachtjes terug, ook Zoltan probeerde haar te kalmeeren.

„Kalmpjes aan, mevrouw,” zei de dokter weer. „Het was natuurlijk verkeerd uw ziekte zoo lang stil te houden, maar daar is nu mets meer aan te doen. U mag niet ongerust worden en