is toegevoegd aan uw favorieten.

Zelf aan de microscoop

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doublet. Twee lenzen samen gemonteerd.

f. Focus = brandpunt.

Fluoriet. Lenzen van vloeispaat (afgeleide van fluor) of silicaatglas enz. bij objectieven.

Immersie. Van immergere = indopen. Men brengt een druppel olie op het dekglas en doopt daar het objectief in, de num. apertuur, die voor lucht 0,94 is, wordt bij gebruik van cederhoutolie met n = 1,51 nu 1,43 dus het oplossingsvermogen van het objectief neemt toe. Voor zeer sterke vergr. (boven 1000 x).

Interferentie. Als lichtstralen elkaar versterken of verzwakken ontstaan de interferentiekleuren.

Micron. Eén duizendste millimeter.

Microplanaar. Symmetrisch microfotografisch objectief met vier gescheiden lenzen.

Mono chromatisch. Eénkleurig.

Objectief. Stelsel lenzen boven het preparaat. Droge systemen werken met lucht. Bij zeer grote vergroting gebruikt men natte systemen met immersieolie. Met eigen vergr. van 5 è, 115 x .

Oculair. Lenzenstelsel bij het oog. Heet gewoonlijk naar de uitvinder Huygens oculair. Oculus = oog. Eigen vergr. 5—14 x .

Oplossend vermogen. Het vermogen van de lenzen om alle details in de structuur van het preparaat te tonen.

Ortboscopiscb = complanatisch oculair.

Periscopisch. = ,, ,, ,,

Planconvex. Platbol.

Triplet, stelsel van 3 lenzen samen gemonteerd.

Vergroting. Lineaire vergroting: 500 X lineaire vergroting betekent: een streepje van Vio mm lijkt 50 mm lang. Totale vergr. = product eigen vergr. obj. en oculair. De oppervlaktevergroting bedraagt het kwadraat van de lineaire. Is de lin. vergr. 25, dan is de opp. vergr. .625. Normaal rekent men altijd met de lineaire vergroting.