is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook hier en daar in zijn werken zou men misschien enige sporen van gevoel kunnen vinden. Maar gevaarlijk is het, met Simons 1) aan te nemen, dat Holbergs werken al onder de invloed van de opkomende sentimentaliteit beginnen te komen, omdat in zijn blijspelen „licht geschreid” wordt. De tranen bij Holberg berusten gewoonlijk niet op innerlijk gevoel, maar zijn vrij ongemotiveerd en dienen voornamelijk om de lachlust van de toeschouwers op te wekken. Brandes heeft dit al gekonstateerd, wanneer hij er, naar aanleiding van „Jeppe paa Bjerget”, op wijst, dat op de plaatsen, waar werkelijk van ontroering sprake zou kunnen zijn, het gezond verstand met een humoristische wending het gevaar afwendt en de lachers weer op zijn zijde krijgt.

In dit verband moet gewezen worden op Prof. Roos’ nieuwe opvatting over Holbergs persoonlijkheid.2) Prof. Roos meent, op grond van Holbergs Latijnse Epigrammen en zijn „Moralske Fabler”, dat hij allerminst als een rationalist beschouwd mag worden. Hij gebruikt het laatstgenoemde werkje om Holbergs psyche te karakteriseren en konstateert bij hem een grote gespletenheid en onzekerheid, waarvan de oorzaak zou zijn Holbergs strijd voor uiterlijk succes in het leven, die zijn innerlijke rijping in de weg zou hebben gestaan; verder ziet hij bij Holberg een gebrek aan vermogen om zijn impulsen tegen te gaan (zie ook „Skiaemte-Digte”), een aantal blijken van eenzijdigheid, pessimisme en skepsis, en hij wijst ook op het fantastische en overdrevene van Holbergs werkelijkheidsschilderingen. Prof. Roos wijdt speciale aandacht aan Holbergs religieuse opvattingen, meent, dat geen godsdienstig systeem

ook hier en daar in zijn andere werken (Jadiske Historie I, 252; Kirkehistorie II» 5 en in zijn derde Levensbrief). Hij prijst Corelli, maar de Italiaanse Opera valt in het geheel niet in zijn smaak, evenmin als de Franse muziek; de moderne muziek vindt hij onharmonisch en hoogst onaangenaam in de oren klinkend j de smaak van de mensheid gaat volgens hem achteruit. Hierover klaagt hij ook op ander gebied. (Over de bouwkunst in Ep. 55, Verz. v. Br. I, 55; over de toneelspelen in verscheidene van zijn Epistler; zie hoofdstuk VI.)

1) Zie: „Het Drama en het Tooneel in hun ontwikkeling”, deel III, blz. 331—336.

2) Zie: Prof. Carl Roos : Om et upaaagtet Vaerk af Holberg, Kbh. 1930. (udg. af Holberg-Samfundet af 3. December 1922.)