is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn havens betreft, geen enkele in het gehele land is goed” .... En op blz. 501: „Men kan ook zeggen, dat het niet de producten, die in het land groeien, zijn, die Holland rijk maken, maar de energie van de inwoners, daar zij alles verwerken, wat vreemde landen geven en het deze later weer verkopen, zodat men daarom met Mons. Temple niet ten onrechte Holland een algemeen magazijn voor Europa noemt.”

Hierna wordt de verplaatsing van de handel uit Zuid- naar Noord-Nederland besproken, en vervolgens somt Holberg de oorzaken van de bloei van onze handel op (waarbij hij weer William Temple volgt): De Amsterdamse bank, het strenge recht, (tegen dieven, bedriegerijen, bedelaars) de veiligheid der koopvaardijschepen in Holland, de betrekkelijk lage in- en uitvoerrechten, de orde en preciesheid in hun zaken, het deelhebben van de overheid in de handel, en de stapelrechten, speciale handelstakken en monopolies der afzonderlijke steden, die hij hierna opnoemt. Daarna bespreekt hij de visserij, de handel met Oost- en West-Indië en de Compagnieën; hij haalt het gedichtje van Barlaeus over Amsterdam aan:

„Quicquit Mortalis fingit solertia curae,

Vel natura suo parturit alma sinu

lila dabit, totosque parans commercia mundo

Nunc emere, & totam vendere semet amat.”

Merkwaardig vindt hij het, dat de Hollander zelf zo weinig van zijn handelswaren gebruikt: (blz. 505—506) „Er is geen plaats ter wereld, waar men zo veel verhandelt en zo weinig verbruikt als in Holland. Er is niets, dat de Hollanders kopen om het niet weer te verkopen en er voordeel op te behalen. Ze zijn de baas over de Indische specerijen en de Perzische zijde, kleden zich toch gewoonlijk niet in iets anders dan wol en zijn tevreden met vis en knollen; wat nog meer wil zeggen, ze verkopen aan Frankrijk de beste stof, die bij hen gemaakt wordt en halen uit Engeland de grovere voor eigen gebruik. Zij zenden de beste boter, die bij hen gemaakt wordt, naar het buitenland en halen uit Ierland en het Noorden van Engeland de slechte, die ze goedkoop kunnen krijgen. De buitenlandse waren, die ze het meest konsumeren, zijn Franse wijn en