is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prof. Roos heeft de problemen, die zich voordoen bij de achttiende-eeuwse Duitse vertalingen van Holbergs blijspelen, uitvoerig besproken in zijn boek „Det 18. Aarhundredes tyske Oversaettelser af Holbergs Komedier, der es Oprindelse, Karakter og Skaebne”, Kjobenhavn 1922. Speciaal het hoofdstuk, getiteld „Oversaettelsens Problem” (blz. 31—76) is in dit verband van belang. Dezelfde problemen, die Prof. Roos behandelt naar aanleiding van de Duitse vertalingen, doen zich ook bij de Nederlandse voor.

Prof. Roos bespreekt allereerst, hoe de vertalers te werk gingen bij het weergeven van lokale toespelingen, waaraan Holbergs blijspelen zeer rijk zijn, en die voor een buitenlander, die Denemarken, en in ’t bijzonder Kopenhagen niet kent, onbegrijpelijk zijn. Men kan hierbij verschillende wegen volgen : de lokale toespeling geheel schrappen; de Deense plaats vervangen door een nationale, of door een zelfbedachte; of lokale toespelingen behouden met toevoeging van een verklarende noot; dit laatste, dat wel de beste oplossing is, heeft Meuleman gedaan in zijn moderne vertaling van de blijspelen; in de achttiende eeuw werd deze methode echter slechts zéér zelden toegepast. De Duitse vertalers grijpen allen naar de eerste drie methoden, die ze door elkaar gebruiken zonder enige konsekwentie. De tweede lijkt oppervlakkig gezien de meest aannemelijke van de drie; hier moet echter niet vergeten worden, dat Duitsland in die tijd een dergelijk kultuurcentrum, als Kopenhagen voor Denemarken was, niet bezat.

Een tweede probleem vormen de litteraire en historische toespelingen; deze waren echter minder bezwaarlijk weer te geven, daar Holbergs belezenheid niet uitsluitend tot de Skandinavische letterkunde en geschiedenis beperkt was (op dit gebied was ook nog betrekkelijk weinig van belang verschenen), maar integendeel veel meer internationaal dan nationaal was; vooral in de klassieke schrijvers was hij zeer belezen. Dergelijke toespelingen konden meestal onveranderd meevertaald worden.

Een derde moeilijkheid, weer van ernstiger aard, betreft de vorm, taal en stijl van Holbergs blijspelen. Wat de vorm betreft: de blijspelen zijn in proza geschreven, op enkele uit-