is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ellen hoog is ” (D. Sch. IV, blz. 157; Ned. vert. blz. 284)

en in deel VI. „De Verwarringen”, le bedrijf, voor „stutzte” „struikelde” (D. Sch. V, blz. 68; Ned. vert. blz. 283).

Uit de hier geciteerde fouten blijkt wel, dat deze van verschillende aard zijn. Daar kunnen nog aan toegevoegd worden enkele tamehjk veel voorkomende germanismen, zoals de vertaling van het Duitse woord „mag” door „mag”, wat in de meeste gevallen onjuist is; ten slotte wordt enkele malen het woord „Haube” met „kuif” weergegeven, wat ook wel een drukfout zou kunnen zijn.

De Nederlandse bewerker heeft dus lang niet in alle opzichten voldaan aan de eisen, die men een goed vertaler mag stellen; de verschillende Duitse m.i. echter nog minder. De fouten van den Nederlandsen vertaler kunnen berusten op gebrek aan kennis van het Duits; maar het is nog waarschijnlijker, dat ze te wijten zijn aan te snel en te slordig werken.

We zullen nu zien, hoe dit werk in ons land ontvangen is, voor zover dat is na te gaan; in hoeverre ons volk het door opvoeringen heeft leren kennen, zal in het achtste hoofdstuk worden nagegaan.

De titeluitgave van 1757 is aangekondigd in „Republyk der Geleerden”, 1757, I, blz. 373—375, tezamen met die van de vertaling van het le deel van „Heltehistorier”. Er wordt gezegd, dat beide werken indertijd gunstig ontvangen zijn; er wordt even gesproken over de roem, die Holberg genoot, en de erenamen, hem gegeven, worden genoemd; over beide werken worden enkele prijzende woorden gezegd. Deel II, III en IV zijn aangekondigd in hetzelfde tijdschrift, 1766, II, blz. 345 en 515, en 1767, I, blz. 514.

De delen II, III, IV, V en VI van Holbergs blijspelen in de vertaling 1766—1768 worden besproken in Vaderlandsche Letteroefeningen, 1767, I, blz. 381—386 en blz. 471—477; in Nieuwe Vaderlandsche Letteroefeningen (een vervolg van het vorige) 1768, I, blz. 82—87 en blz. 352—356; en 1769, I, blz. 206—209; bovendien zijn enige van de zes delen aangekondigd in de „Haagsche Courant” van die tijd, onder de advertenties.

Over het algemeen worden de stukken geprezen en de