is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(1794, blz. 135), terwijl de vertaling van 1768 „handtastelyk” heeft (blz. 329). In deel III, „Jean de France”, wijzen reeds de namen uit de rolverdeling op gebruik van de Duitse tekst. Eerder heb ik er al op gewezen, dat bij de oudste Nederlandse vertaling vermoedelijk ook een Deense tekst gebruikt is, daar de persoonsnamen overeenkomen met het oorspronkelijk, en niet met de Duitse vertaling. De namen in de vertaling van 1799 kloppen echter juist met de Duitse en niet met de oudere Nederlandse tekst: Jeronimus heet in het Duits Groszman, in de vertaling van 1799 De Groot; Antonius heet Hr. Liebholt, in de genoemde vertaling Liefhart; Espen heet in het Duits Michel, in de tweede Nederlandse vertaling Michiel (in die van 1766 echter Pieter); Marthe tenslotte heet in het Duits Dore, in de tweede Nederlandse vertaling Dorothea. (Magdelone en Elsebeth daarentegen heten in beide Nederlandse vertalingen Margaretha en Elisabeth.) Ook in de tekst volgt de vertaling van 1799 in enkele gevallen het Duits: de zin „Man sollte meynen, dasz du verliebt oder rasend warest” (te voren geciteerd), die in de vertaling van 1766 luidde: „Men zoude denken, dat gy Catholyk of razend waart”, als in het Deens, wordt in de vertaling van 1799: „Men zoude denken, dat gij verliefd of razend waart” (blz. 56). In het 2e bedrijf van „De Staatkundige Tingieter”, waar de leden van het „Collegium politicum” over een aantal politieke onderwerpen spreken (zie boven, waar .ik dit uitvoerig besproken heb), volgt de vertaling van 1799 de Duitse tekst geheel, wanneer de oudere Nederlandse afwijkingen vertoont.

Het eerste deel van de latere vertaling is ingeleid met de volgende voorrede: „Die den schranderen Schrijver van Klim’s onderaardsche reize, zoo uit zijn Spectatoriaale werken, als wel inzonderheid uit zijne Tooneelstukken, genoegzaam kent, zal in deeze uitgave van zijne vernuftige Blijspelen, meer dan in de vroegeren, recht gedaan vinden aan den geest diens Deenschen Plautus tevens en aan de kieschheid van den Nederlandschen Tooneelspelleezer.” Dit belooft wat! Inderdaad zijn er, vooral in de eerste delen, een aantal woorden en zinnen veranderd, enkele grove scheldwoorden zijn wat verzacht, evenals sommige wat al te realistische uitdrukkingen; maar