is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoort, dat zijn meester burgemeester is geworden, roept hij in verbazing uit:

„I er Fanden heller.” (Petersen blz. 567; letterlijk = wel verduiveld!)

In D. Sch. (blz. 269): „Ach! Mann, was sagst du?”

In de prozavertaling van 1766 (blz. 37): „Ach! wat!”

In de prozavertaling van 1799 (blz. 288): „Och, man! wat zegt gij?”

In de berijmde vertaling van 1771 (blz. 39): „Ach! zou dat moog’lyk zyn?”

In Oehlenschlagers Duitse vertaling (blz. 32): „Ihr seyd den Teufel auch?”

Bij De Bull (blz. 25): „Maar ben je dan dokter Faust, man?”

Bij Heeren (blz. 44): „Ja, ’t zal wat wezen!”

Dit voorbeeld illustreert op komische wijze de vele variaties, die zich bij het vertalen voordoen.

„HET ARABISCH POEDER.”

Dit stuk is tweemaal afzonderlijk vertaald: het is berijmd uitgegeven*- door Pieter van Braam te Dordrecht, (zonder jaartal) onder de titel „Het Arabisch Poeder”, en het is in dichtvorm bewerkt door Willem Bilderdijk in zijn jeugd (± 1775) onder de titel „De Goudmaker”.

De vertaling van Dordrecht is geschreven in slechte alexandrijnen, evenals de berijmingen van Holbergs andere stukken. Prof. De Vries dateert haar van i 1775 (zie „Holberg-Aarbog” III, 1922; En hollandske Oversaettelse af „Det arabiske Pulver”, s. 204—207). Volgens mij zal ze eerder van ± 1790 of later zijn, daar overal ij en niet meer y gespeld wordt, wat we pas in teksten van na 1790 vinden. Deze berijming gaat terug op de Duitse van Laub (in „Sechs Lustspiele” 1743, later in „Danische Schaubühne”, deel I, 1752) of op de oudere Nederlandse van 1747—1757; we vinden hetzelfde motto van De la Fontaine

(Fable CXV: Combien en-a t-on vüs,

Qui du soir au matin sont pauvres devenüs,

Pour vouloir trop tot être riches?)