is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de naam van Holberg op het titelblad; volgens Werlauff *) is dit de eerste uitgave van Niels Klim in een vreemde taal, die nadrukkelijk de naam van den schrijver noemt. Verder zijn in deze Nederlandse vertalingen een aantal voetnoten van weinig betekenis toegevoegd.

Het succes van dit werkje büjkt allereerst uit de beide herdrukken. De titeluitgave van 1744 is aangekondigd in „Republyk der Geleerden” 1744, I, blz. 559; de tweede druk van 1761 is besproken in hetzelfde tijdschrift, 1762, I, hoofdstuk VIII, blz. 315—334. Het werkje wordt „geestig en niet gansch onleerzaam” genoemd; de kritikus eindigt met te zeggen: „de verstandige Leezers van dit Werkje, zullen op veele plaatsen van het zelve gelegenheid vinden, om onder de leerzaame Vertellingen, somtyds eens hartig den Lever te mogen schudden”. Verder bestaat deze bespreking uit een uitvoerige behandeling van de inhoud van de „Onderaardsche Reis van Klaas Klim”: zijn tocht naar het hol en zijn komst op Nazar wordt beschreven, waarna enige kenmerkende bijzonderheden van het land Potu verteld worden; twee andere landen op Nazar worden beschreven. Klaas’ verdere lotgevallen in Martinia, Quama en de stichting van zijn wereldrijk worden in het kort behandeld. Verreweg de meeste aandacht besteedt de schrijver echter aan het gedeelte over de landen van Europa; de inhoud hiervan wordt vrij nauwkeurig naverteld. Holbergs naam wordt nergens in deze bespreking genoemd.

Een weinig vleiend oordeel, waarschijnlijk wel van een tijdgenoot, heb ik toevallig kunnen lezen in het exemplaar van de Nederlandse uitgave van 1741, dat zich op de UniversiteitsBibliotheek te Amsterdam bevindt. Op de laatste, witte bladzijde van het boekje, aan de voorzijde, staat een kinderlijke potloodtekening van een griffioen, met het volgend onderschrift: „De Griffioen van Vader Klim uit zyn hoofd gehaald door D. G. K.” Op de blanke bladzijde hiernaast ontcijferde ik de volgende aantekening: „Goedkeuring. — Wij ondergetekende Doctors Professors en Raden uit het Dolhuis weggedrost

1) Zie Dorphs vertaling, 3e udg. 1874, S. 307, en Ehrencron—Muller, XII, Holberg 3, blz. 305. .