is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaren dit boek uittermate geschikt om in de Gekken en Dolhuisen te worden voorgelezen tot opwekking van krankzinnigheid Rotterdam 1687. Abram botmuil. Choris Domper. Evert Fleswys. Gerrit Honger. Jan Kleswys.” Öp de volgende bladzijde vindt men een even naieve tekening van een Martiniaan met een onduidelijk bijschrift. Het werkje schijnt dus bij deze lezers niet zeer in de smaak gevallen te zijn. Ook het exemplaar van de vertaling van 1778 in de U.B. te Amsterdam heeft enkele aantekeningen o.a. een verwijzing: „Zie over Holbergs genie en verdiensten Collot d’Escury Holl. Roem. ent.... 3 Dl. Aant. p. 125—127. en over deze Satirique Roman ibid. p. 57 et 58”.x) Op de laatstgenoemde plaats in dit werk leest men de mededeling, dat een Duits natuuronderzoeker Holbergs „Niels Klim” voor een ware geschiedenis hield, en zich er op beriep tot staving van een onderdeel van zijn geologisch stelsel.

Volgens Scheibe heeft Holberg zelf de Nederlandse uitgave van 1741 gekend; we lezen in de inleiding tot zijn Duitse vertaling van „Peder Paars” van 1764, op blz. LXXII: „Die Hollander besorgten ebenfalls noch in diesem Jahre eine Uebersetzung, welche unter allen andem Uebersetzungen dem Verfasser am besten gefallen hat, und auch würklich am besten gerathen seyn soll.” Een dergelijke uitspraak treffen we aan op blz. CLIV.

Ook Vitringa’s vertaling van 1890 is naar het Latijn gemaakt, waarschijnlijk ook naar de eerste uitgave, ze stemt geheel hiermee overeen, terwijl in de latere Latijnse drukken veranderingen voorkomen. (Slechts een in Duitsland gedrukte schooluitgave van 1844 heeft de druk van 1741 tot grondslag.) Vitringa heeft geen illustraties; wel een viertal voetnoten. Hij heeft hier en daar zeer vrij vertaald, en ook enkele fouten gemaakt. Een zeer vrije vertaling komt o.a. voor op blz. 29—30 (Lat. uitg. blz. 37): „Exponendam porro, qui apud nos creari soleant Magistri ac Doctores, nempe praeuiis speciminibus disputatoriis. Ad haec frontem ille contrahens, modum et indolem

1) Hier is bedoeld: „Hollands Roem in Kunsten en Wetenschappen”, door Hendrik Baron Collot d’Escury, Heer van Heinenoord; 7 dln, 1824—1844.