is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eiusmodi disputationum, et, qui a subterraneis differant, quaerit.” Dit wordt weergegeven met: „En ik begon te vertellen van promotiekoetsen, paranymphen, pedellen met zilveren staven, professoren met toga’s en barretten, plechtige formulieren en wat dies meer zij. Vooral gaf ik hoog op van onze dissertaties.” Dit is wel zéér gemoderniseerd! Zo komen er nog tal van vrije vertalingen voor.

Vitringa heeft echter ook vrij belangrijke gedeelten geschrapt: verreweg het meeste, dat de godsdienst in Potu betreft ; dit vond hij misschien te vrijzinnig. Het gehele hoofdstuk over het geloof in Potu is geschrapt; verder het gedeelte over het verdraagzame land Jochtana en een aantal kleinere zinnen en opmerkingen; tegen wat dan nog over is, waarschuwt Vitringa in een voetnoot op blz. 44: „De lezer houde in ’t oog, dat Holberg rationalist of vrijdenker was en derhalve met het Protestantisme van zijn tijd had afgedaan.” (Wat natuurlijk niet juist is.) Een aantal kleinere gedeelten zijn waarschijnlijk geschrapt uit fatsoensoverwegingen: de liefdesgeschiedenis van Klim en de vrouw van de president wordt door Vitringa slechts in enkele korte woorden medegedeeld, met de volgende voetnoot: (blz. 180) „De baron Holberg bedient zich in dit verhaal van zoo plastische termen, dat wij den moed opgeven om ze eenigszins naar den eisch der beschaving van onzen tijd te fatsoeneeren.” Dit is wel enigszins overdreven! Van dezelfde geest getuigen de voetnoten op blz. 191 en op blz. 200. Tenslotte is geschrapt het dagboek van Tanian over de landen van Europa; slechts het gedeelte over ons land heeft Vitringa er voor de curiositeit tussen haakjes bijgezet.

De vertaling is geschreven in korrekt, kleurloos Nederlands. Voor zover ik heb kunnen nagaan, is hiervan geen bespreking verschenen.

2. Holbergs „Moralske Tanker” is vertaald in 1747—’48 onder de titel „De Deensche Spectator, of Zedekundige vertogen van Lodewyk Holberg”, in twee delen; de uitgever was Steven van Esveldt te Amsterdam. In 1754 is het werk nogmaals in het Nederlands verschenen, onder de titel „De Deense Wysgeer”, bij Tjeerd Bliek te Amsterdam; een tweede uitgave