is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Predikers wel recommanderen, als iets hunner opmerkingen en vermaningen overwaardig. Ik eindig dit Hoofdstuk zo als ik het begon. Voorspoed, Tegenspoed, Rykdom, Armoede, Blydschap, Droefheid &c. is groot of klein, na dat men daar gebruik van maakt.”

In de „Republiek der Geleerden” van 1765, dl II, onder „Algemeen Letternieuws van Europa” vinden we onder „Holland” een aankondiging van de nieuwe uitgave van „De Deensche Wysgeer” in 1765 (blz. 367—373). Holbergs grote bekendheid wordt even ter sprake gebracht; de uitvoering van het werk wordt besproken en ten slotte wordt de gehele inhoudsopgave afgedrukt. Merkwaardig, dat in hetzelfde tijdschrift hetzelfde werk in de oudere vertaling zo gehekeld is, en de schrijver, die nu zo geprezen wordt, toen in ’t geheel niet gewaardeerd, en niet van veel betekenis geacht werd. In „Vaderlandsche Letteroefeningen”, 1766, deel I, blz. 442—447, vinden we een uitvoeriger bespreking van deze nieuwe uitgave der tweede vertaling van Holbergs „Moralske Tanker”. Ze wordt geprezen en boven de vorige uit het Duits gesteld (blz. 442). Over het werk zelf wordt weinig bijzonders gezegd: Holbergs doel: het wekken van de lust tot onderzoek, en het opvoeden tot zelfstandig denken, wordt genoemd, zijn stijl geprezen (blz. 442). Daarna wordt het grootste gedeelte van het laatste vertoog, getiteld: „De ware en valsche Godsvrucht”, geciteerd. In de kritiek op de Nederlandse vertaling van „Peder Paars” van 1792, (zie „Algemeene Vaderlandsche Letteroefeningen”, 1793, I, blz. 46) wordt in een voetnoot op blz. 46 nog even de „Deensche Wysgeer” genoemd en geprezen als: „zynde het beste Zedekundig Werk, dat door dien beroemden Man geschreven is.”

3. Het eerste deel van Holbergs „Heltehistorier” is vertaald in 1748 onder de titel „Vergeleken Geschichten en Daden, van verscheide zo Oostersche als Indiesche Grote Helden en Beroemde Mannen”, enz. Dit deel is uitgegeven door Steven van Esveldt en in 1757 opnieuw verschenen met een nieuw titelblad bij Jan van Daalen. 1) Het tweede deel verscheen bij

1) Volgens Dr. Ehrencron—Müller (zie Forfatterlexikon, X, Holberg, blz. 295) bevindt zich in de Bibliotheek van de Academie te Sora een exemplaar van het eerste deel met nieuw titelblad en het jaartal 1769.