is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook het publiek getrokken; onze beste acteurs en actrices traden er in op; dat er maar betrekkelijk weinig opvoeringen van plaats vonden, moet waarschijnlijk wel op rekening geschreven worden van het feit, dat in die tijd een ander soort stukken verlangd werd. Merkwaardig is het, dat dit het enige van Holbergs meer bekende stukken is, dat hier werd opgevoerd ; van Holbergs beste stuk, „Jeppe-op-den-berg”, vinden we geen enkele opvoering; misschien is de oorzaak hiervan, dat een dergelijke stof al bewerkt is door Langendijk, hoewel zeer verschillend (zie hoofdstuk IV). Maar waarom stukken als b.v. „Jean de France”, „De Kraamkamer” en „Erasmus Montanus” niet werden opgevoerd, hiervoor is niet gemakkelijk een reden te vinden.

In de moderne tijd worden meer en andere stukken van Holberg ten tonele gevoerd; de meeste door dilettantengezelschappen. Het eerst vinden we een studentenopvoering van „Den Stundeslose” op 21 Februari 1916 te Amsterdam. Deze wordt genoemd door B. A. Meuleman in het Holberg-Aarbog van 1920, blz. 222, en door Logeman in „Het Boek” 1924, blz. 199, 201. Het is een uitvoering door de Toneelclub der Unitas Studiosorum in de vertaling van Dr. J. B. Manger Jr., onder de titel „Veel geschreeuw en weinig wol”. Het manuscript van deze vertaling was te zien op de Holberg-tentoonstelling in December 1934 op de Universiteits-Bibliotheek te Amsterdam. Door de vriendelijke hulp van Dr. Manger verkreeg ik de beschikking over de gegevens van deze voorstelling, die in zijn bezit zijn.

De opvoering is aangekondigd door Prof. R. C. Boer, in het Nederlands Studentenweekblad „Alma Mater” van 22 Februari 1916: Prof. Boer bespreekt hierin tevens Holbergs leven en de betekenis van zijn blijspelen. In het nummer van 3 Maart van hetzelfde weekblad wordt zeer waarderend over het stuk gesproken: de geestige dialoog en gezonde moraal worden geprezen, en de frisheid, die genezend kan werken in onze overspannen intellectualistische tijd; het stuk wordt waardig geoordeeld, nogmaals te worden opgevoerd.

De eerste opvoering vond plaats op 21 Februari 1916 in „Bellevue”; later werd het stuk nogmaals voorgesteld op 8