is toegevoegd aan uw favorieten.

Holberg en Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frederik Horn (geciteerd door KAre Foss, blz. 317—318, voetnoot 2) „de Deense Grotius”. Deze erenamen zijn Holberg niet geheel en al ten onrechte gegeven, al is er m.i. wel overdrijving in. Wanneer we de redenen nagaan, waarom men Holberg „de Erasmus van zijn tijd” kon noemen, dan zien we inderdaad enige overeenstemming tussen beide grote mannen. Niet alleen zijn hun levensloop en hun werken enigszins te vergelijken — we kunnen b.v. denken aan hun eenzame kinderjaren, de strijd om het bestaan, die zij al op jeugdige leeftijd hebben moeten voeren, en de grote betekenis, die hun reizen voor hun ontwikkeling hebben gehad; we kunnen Holbergs blijspelen naast Erasmus’ „Colloquia” leggen, zijn „Peder Paars” en „Niels Klim” naast Erasmus’ „Laus Stutitiae”, zijn „Epistler” en „Moralske Tanker” naast Erasmus’ „Epistolae” — maar vooral in beider karakter en levensbeschouwing zijn overeenkomsten te konstateren; we kunnen hier b.v. denken aan beider drang naar persoonlijke vrijheid; hun houding tegenover het geloof: hun neiging tot onderzoek van godsdienstige vraagstukken, hun verdraagzaamheid en kritiek op fanatisme en bijgeloof; hun kritiek op maatschappelijke misstanden; hun drang tot hekelen van alles wat in enig opzicht onecht is, om zo schijn van wezen te onderscheiden; in verband hiermee staat hun neiging tot moraliseren en opvoeden, waarmee ook hun vrijzinnig standpunt ten opzichte van de ontwikkeling der vrouw in vele opzichten samenhangt. Aan de andere kant mogen we niet uit het oog verhezen, dat vele van deze trekken niet uitsluitend eigen zijn aan Erasmus en Holberg, maar dat we ze in het algemeen bij humanistisch denkende mensen kunnen aantreffen.*) De grote betekenis van vooraan-

Gottsched de Deensche Terentius, door de geleerden, onder den naam van de Hamburgsche Correspondenten, de Deensche Plautus, door eenen anderen beroemden geleerden de Deensche Ennius, en in ’t algemeen de Erasmus van zynen tyd genoemd word”.

1) Kenmerkend in dit verband is beider bewondering en eerbied voor Socrates, die bij Holberg o.a. wordt uitgesproken in zijn levensbeschrijving van Socrates, in het tweede deel van zijn „Heltehistorier”. Hier haalt hij ook Erasmus’ woorden aan: „O sancte Socrates! ora pro nobis!”, door dezen uitgesproken naar aanleiding van de volgende woorden van Socrates (aangehaald door Holberg in de bovengenoemde levensbeschrijving in de Ned. vertaling van „Heltehistorier” II, blz. 511): „of myne daden Gode aangenaam

FERWERDA, Dissertatie.

15