is toegevoegd aan uw favorieten.

Het keizerlijke Weenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij zou willen reizen, naar Italië, naar Duitschland.... hij wilde er „Frankrijk” aan toevoegen, maar hield het woord tijdig in. Ze sprak hem moed in en streelde zijn lokken, die in het lamplicht als zijde glansden. Hij moest geduld hebben. Weldra zou hij een man zijn en onafhankelijk. Hij schudde het hoofd. Volkomen onafhankelijk zou hij nimmer zijn. Als officier had hij zijn superieuren te gehoorzamen. Maar hij was er zeker van dat het soldatenleven hem zou bevallen. Misschien kwam er wel oorlog! Wat zou hij vechten! Met een schok richtte hij zich op, zijn stem klonk scherp en snel. Sophie keek hem aan. In dien knaap school een vuur, waarvan alleen zij den gloed maar kende.

Aartshertogin Sophie

Ook zij was niet gelukkig. Het was niet uit liefde dat ze aartshertog Frans-Karel had gehuwd. Hij was onbeduidend, zelfingenomen, een Habsburger in hart en nieren. Ze beheerschte hem volkomen.

Aan het hof nam ze een bijzondere plaats in. De Keizer hield van haar, prefereerde haar zelfs boven zijn eigen dochters. Met Keizerin Caroline-Augusta, haar halfzuster, bleef ze steeds in innig contact, niettegenstaande hun verschil in karakter. Aan dat hof, in die familie, waar onder het ceremonieel der oude Spaansche etiquette een zekere patriarchale bonhomie school, viel zij op door haar jeugd en natuurlijkheid. Haar bewegingen waren van een onbestudeerde gratie. De wijze, waarop ze haar hand liet kussen, zich omwendde naar een vriend en haar oogen, met de lange wimpers, recht en open op hem vestigde, dat alles verried een sterke, vrije natuur. Haar toiletten waren zonder opschik. Ze hield van mousselines en indiennes, waarvan de volants opwoeien, wanneer zij door de lanen van Schoenbrunn draafde.