is toegevoegd aan uw favorieten.

Het keizerlijke Weenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dingen moet zien: de Stephansturm, het Kartnertortheater en Strausz.

Strausz moet alles meemaken. Zonder Strausz kan men niet leven, bijna zou men zeggen: zonder Strausz kan men niet sterven. Een Weener burgervrouw bepaalt bij testament, dat Strausz bij haar begrafenis moet spelen. En hij verschijnt inderdaad en volgt met zijn kapel en zijn walsen de kist: de vroolijkste van alle doodendansen.

In 1853 is hij au bout de ses forces. De doktoren schrijven rust voor. Er moet een plaatsvervanger komen en hij is niet moeilijk te vinden. Het is de eigen broeder, Joseph.

Joseph, de romanticus

Joseph, twee jaar jonger dan Johann, was het donkere gesternte onder de broeders. Een mager, bleek gezicht, als een uitgestorven landschap, dat in zijn eigen droefheid verzonken is, zegt Decsey, met lang gitzwart zigeunerhaar. In Joseph vlamde de fantasie van de familie alle richtingen uit. Hij schreef drama’s, gedichten, teekende, schilderde, was techniker en werd musicus. Hij bezocht het gymnasium, de polytechnische school en werd op zijn 23ste jaar bouwkundig teekenaar. Vervolgens werkte hij als ingenieur in een spinfabriek en verschrikte de Weener magistraat met de uitvinding van een machine voor straatreiniging. Voor den zomer van 1853 waren hem twee nieuwe bouwwerken opgedragen.

Daar, midden in zijn werk, wordt hij plotseling door Johann verrast. Hij, de droefgeestige, hij zal Johann de Veroveraar, den rattenvanger van Weenen moeten vervangen? Maar dat is eenvoudig belachelijk! Joseph en dirigeeren! Maar moeder Strausz gaat eens met hem praten. Zij is de minister van financiën van de familie