is toegevoegd aan uw favorieten.

Het keizerlijke Weenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kende de „schone Edi” met zijn gefriseerd haar, zijn lichte handschoenen en zijn gele overjas. Johann maakte zich dikwijls vroolijk over Eduards populariteit en zei graag wanneer hij inkoopen deed: „Wilt u mij die dingen thuis bezorgen? Ik ben de broer van Edi Strausz!”

Met Joseph sloot Eduard in 1869 een overeenkomst, waarbij ze afspraken, dat de overlevende alle orkestpartijen van den gestorvene zou verbranden. En op het einde van zijn leven bracht hij dit zonderling verdrag ten uitvoer. In 1906 liet hij het volledige materiaal van de Strausz-kapel in een hoogovenfabriek verbranden en vernietigde daarmee een stuk Weener geschiedenis. Aldus trad de „schone Edi”, 81 jaar oud, met bitterheid uit het leven. Hij was een voortreffelijk dirigent geweest en daarin een echte Strausz, maar hij had geen humor, geen levensblijheid gekend. Hij had veel geflirt, maar weinig liefgehad en misschien lag daarin de oorzaak van zijn gemis aan scheppingskracht.

Pawlowsk

In 1854 sloot Johann met een Russische spoorwegmaatschappij een merkwaardig contract. Hij zou jaarlijks in Pawlowsk, bij Petersburg, concerten geven van Mei tot einde September en de maatschappij zou hem daarvoor vrij reizen, woning, voeding en een vorstelijk honorarium in roebels schenken. In Pawlowsk was namelijk een nieuw concertgebouw verrezen, Vaux-hall genaamd, met een keizerlijke loge, een sprookjesachtig buffet en een pompeuze estrade, waarop tot dusver weinig belangrijks was gepresteerd, zoodat geen Rus meer een kaartje naar Pawlowsk nam. Nu meende de maatschappij het personenvervoer te kunnen bevorderen door Johann Strausz daar met zijn orkest te installeeren. En ze had zich niet verrekend. De Petersburgers kregen een