is toegevoegd aan uw favorieten.

Het keizerlijke Weenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

Heel merkwaardig is deze opmerking van den jongen, in een streng katholieke omgeving opgevoeden Habsburgschen prins: „Het grootste kwaad van de geestelijkheid is, dat ze het volk door bijgeloof en overdreven vroomheid zoo lijdzaam en onderdanig maakt, dat ze er, evenals de adel, alles mee kan doen wat ze wil”.

En niet minder frappant is deze aanteekening: „De regeering is een gansch andere geworden en komt in wezen de republikeinsche zeer nabij. Het koningschap heeft zijn oude macht verloren en klampt zich aan het geloof en de liefde van het volk vast. Een oude heerschersfamilie zal zich nog het langste staande houden omdat zij nauw met de traditiën is verbonden. Een nieuweling zal maar kort kunnen regeeren want het heele heerschersbegrip is niet meer van dezen tijd. En waarom een nieuwe dynastie te grondvesten wanneer de oude te gronde is gegaan? Het koningschap staat daar als een machtige ruïne, die vroeg of laat ineen zal storten. Eeuwenlang heeft het stand gehouden en zoolang het volk zich blindelings liet leiden, was het goed. Maar nu is zijn taak teneinde. Vrij zijn alle menschen en bij den eerstvolgenden storm zal die ruïne ineenstorten”.

Merkwaardige gedachten van een vijftienjarigen troonopvolger, die volgens de vaste lijnen der traditie wordt opgevoed en nimmer buiten zijn strikt afgebakend terrein treedt! Wie kan de kiem tot deze vrije denkwijze in de ziel van den knaap gelegd hebben? Zeker niet de mannen, die hem dagelijks omringden. Neen, Rudolfs vrije, speurende geest moet een deel van het moederlijk wezen zijn geweest, het was het warme, onstuimige Wittelsbacher bloed, dat er door de aderen van dezen jongen Habsburger stroomde.

Meerderjarig

In Juli 1877 was de studie van den kroonprins officieel beëindigd en de hoftraditie wilde nu dat de knaap, die