is toegevoegd aan uw favorieten.

Het keizerlijke Weenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenige maanden na Rudolfs dood deed hij afstand van zijn titels en waardigheden, nam den naam Johann Orth aan, werd kapitein van een koopvaardijschip en kwam daarmee in 1891, aan de kust van Chili, in een storm om.

Gravin Larisch vertelt in haar boek hoe Rudolf, toen hij haar voor het laatst in haar hotel in Weenen bezocht, haar een in linnen gehuld kistje overhandigd had met verzoek dat voor hem te willen bewaren. „De Keizer kan ieder oogenblik beslag op mijn bezittingen laten leggen”, zeide hij, „en het is absoluut noodzakelijk dat dit kistje daar niet onder gevonden wordt”.

Het moest hem eigenhandig worden teruggegeven of aan dengeen, die de vier letters R. I. U. O. zou noemen. Van de beteekenis van die letters gaf hij verder geen uitleg. Nog eenmaal trachtte de gravin hem te bewegen zich met den Keizer te verzoenen, maar hij zeide, dat dat gelijk zou staan met het teekenen van zijn eigen doodvonnis. Eenige dagen na Rudolfs dood ontving gravin Larisch een met potlood geschreven briefje, waarin zij verzocht werd het kistje nog dienzelfden avond op den wandelweg tusschen de Schwarzenberger en de Heustrasze te brengen.

In den avondnevel herkende ze aartshertog Johann Salvator, in een Stiermarkschen mantel gehuld. Hij zeide haar, dat de kroonprins zich gedood had uit angst dat men de samenzwering had ontdekt, die hem op den Hongaarschen troon moest brengen. Er is geen grond aan de waarheid van dit ietwat romantisch ingekleede verhaal te twijfelen. Regelrechte bewijzen zijn er niet voorhanden, maar er bestaat alle reden aan te nemen, dat bij het drama van Mayerling politieke motieven een even groote rol hebben gespeeld als gevoelsmotieven. In een afscheidsbrief aan een onbekenden vriend schreef Rudolf: „Mein Lieber, Guter, mijn kracht was gebroken en ik heb niet den moed gehad den belachelijken luister van