is toegevoegd aan uw favorieten.

Het keizerlijke Weenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ONDERGANG DER DYNASTIE. ‘)

De aartshertogen

Het was stil geworden om den ouden Keizer, die nu gansch en al op zichzelf was aangewezen. Van zijn nog levende broeders woonde de jongste, Ludwig-Victor, sinds het midden der negentiger jaren verbannen op zijn slot Klesheim bij Salzburg. Frans-Joseph liet dezen ongelukkigen broeder, die zich aan het crimen nefastum hari schuldig gemaakt en dien hij van zijn jongste jaren af als een nietsnut beschouwde, nimmer meer voor zijn oogen verschijnen. Met den oudere, Karl-Ludwig, verloor hij gaandeweg ieder contact, zoodat zijn dood in 1896 nauwelijks meer een persoonlijk verlies voor hem beteekende. In 1894 en ’95 waren, kort na elkaar, veldmaarschalk aartshertog Albrecht en diens broeder, aartshertog Wilhelm, gestorven, de beide prinsen, die van zijn talrijke familieleden hem persoonlijk het naast hadden gestaan. Met de leden der jongere generatie had hij zoo goed als geen voeling. Ze baarden hem trouwens meer zorg dan vreugde. Het liederlijk leven van Karl-Ludwigs tweeden zoon, aartshertog Otto, die, tot heil van zijn gezin en den staat, in 1906 op jeugdigen leeftijd overleed, was, evenals dat van verschillende leden van den

n ji.^ronnen: Schneider: Kaiser Franz Joseph I und sein Hof; Reülich: Kaiser Franz-Joseph von österreich; H. de WeindelThe real Francis-Joseph; Prof. Dr. H. Brugmans: De oorsprong van den wereldoorlog (Haagsch Maandblad Mei, Juni, Juli 1934) • Brugmans en Kernkamp: Alg. Geschiedenis dl. 4.