is toegevoegd aan uw favorieten.

Het keizerlijke Weenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

consolideerde en verdiepte zich zijn persoonlijkheid. Hij ervoer hoe spoedig men vergeten en uitgeschakeld wordt en moest zien hoe zijn broeder Otto door den Keizer reeds bij voorbaat als vermoedelijk troonopvolger werd behandeld. Het wekte in hem een bitterheid, welke voor de rest van zijn leven een der grondtrekken van zijn karakter zou blijven. Maar tegelijk groeide in de wil om te genezen en zich grondig voor te bereiden op de taak, die hem wachtte. Zijn opvoeding was, als die van de meeste aartshertogen, oppervlakkig en eenzijdig geweest. Met alle kracht legde hij zich er nu op toe deze hiaten in zijn kennis aan te vullen. De toenmalige Hofrat en latere minister-president, Baron Max Beek, werd niet alleen zijn leermeester, maar ook zijn vriendschappelijke raadgever, die hem hielp zich een grondige frprmig der Oostenrijksche geschiedenis en politiek te verwerven. Te dieper ondervond Frans-Ferdinand de afwerende houding van den Keizer, die hem geen blik in de staatszaken gunde. Zoo groeide opnieuw een conflict tusschen Frans-Joseph en zijn vermoedelijken troonopvolger en opnieuw was het een vrouw, die het acuut deed worden. In 1898 n.1. werd plotseling bekend dat de aartshertog zijn hart had verpand aan de jonge gravin Sophie Chotek, die hij in zijn jeugd gekend en in deze jaren aan het hof van aartshertog Friedrich in Preszburg had teruggevonden en dat hij het voornemen had haar tot zijn wettige gemalin te verheffen. Zijn verzoek om toestemming tot dit huwelijk werd door den Keizer met een absoluut veto beantwoord. Het Boheemsche geslacht Chotek n.1. behoorde niet tot die families, welke, op grond van de Duitsche bondsacte van 1814, gerechtigd waren zich met regeerende huizen te allieeren en deze grondwet van het privaat-recht der vorsten was Frans-Joseph heilig. En aldus schiep ten tweeden male deze, met ieder modern begrip strijdende, opvatting van de absolute