is toegevoegd aan uw favorieten.

Het keizerlijke Weenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

legitimiteit als basis van het keizerschap een diepe klove tusschen den Keizer en den troonopvolger. Nadat zoowel Keizerin Elisabeth als aartshertog Rainer tevergeefs zijn zaak bij den Keizer hadden bepleit, wendde Frans-Ferdinand zich tot buitenlandsche vrienden en beschermers en wel in de eerste plaats tot Tsaar Nicolaas II, die onmiddellijk bereid was de noodige stappen te doen. Evenwel, Nicolaas’ bemiddelingspogingen bleven even vruchteloos als die van Elisabeth en Rainer. Toen ging de aartshertog nog een stap verder en riep de hulp van den Paus in. Deze zond zijn staatssecretaris, kardinaal Rampolla, naar Weenen en dit had ten gevolge, dat Frans-Joseph zijn neef een jaar bedenktijd toestond, na afloop waarvan hij zich het recht tot verdere beslissing voorbehield. Toen deze termijn was verstreken, trad Keizer Wilhelm als pleitbezorger voor den aartshertog op en oefende daarbij zulk een druk op den Keizer uit, dat FransJoseph tenslotte in een morganatisch huwelijk toestemde. Van dien tijd dateerde de vriendschap tusschen den dankbaren Frans-Ferdinand en Keizer Wilhelm.

Den 28sten Juni 1900 legde de aartshertog in een plechtige vergadering van Hof en Geheime Raden den eed af dat hij, met volledig behoud van zijn persoonlijke rechten en aanspraken, voor de kinderen, die er uit dit huwelijk zouden worden geboren, afstand zou doen van alle prinselijke prerogatieven en alle aanspraken op de troonopvolging. Daar echter het Hongaarsche recht dit begrip morganatisch huwelijk niet kende, moest de regeering aldaar zich verbinden den eed van den aartshertog als een bijzondere wet in het Hongaarsche wetboek op te nemen.

Daarop werd den eersten Juli 1900 op het slot Reichstadt het huwelijk tusschen aartshertog Frans-Ferdinand en gravin Sophie Chotek voltrokken. Voor den aartshertog was het de aanvang van een innig gelukkig