is toegevoegd aan uw favorieten.

Het keizerlijke Weenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tie, den negenden Juli, gelukte het Berchtold ook FransJoseph van de noodzakelijkheid van een gestreng optreden tegen Servië te overtuigen. Den 19den werd in een ministerraad de tekst van het ultimatum vastgesteld en opzettelijk zoo geredigeerd, dat een volledige aanneming van de daarin gestelde eischen als hoogst onwaarschijnlijk moest worden beschouwd. Den 23sten Juli, des namiddags te zes uur, werd het door den Oostenrijkschen gezant te Belgrado, baron Giesl, aan de Servische regee» ring overhandigd met den korten termijn van twee maal 24 uur voor de aanvaarding. Twee dagen later, op denzelfden tijd, ontving hij uit handen van den ministerpresident Paschitch het antwoord. Zoodra bleek, dat dit stuk geen onvoorwaardelijke overgave beteekende, kondigde hij den Servischen minister de afbreking der diplomatieke betrekkingen aan en reed te kwart over zes naar het station. Om half zeven vertrok de trein naar Semlin, op Oostenrijksch grondgebied. Er was nauwelijks tijd geweest het stuk, ook maar oppervlakkig, te lezen. Deze wijze van doen wijst wel op bedoelde provocatie; zoo was het dan ook bedoeld. Van Weenen uit ging de leuze de wereld over, dat het ultimatum door de Servische regeering niet was aanvaard, hoewel de daarin gestelde eischen billijk en gematigd waren. Maar buiten Oostenrijk was men niet zoo spoedig overtuigd. Toen de Duitsche Keizer het Servische antwoord onder oogen kreeg, was zijn eerste indruk, dat daarmee aan alle eischen was voldaan en dat nu de vrede verzekerd was. Denzelfden indruk had ook sir Edward Grey, de Britsche minister van buitenlandsche zaken, die thans alle gevaar voor oorlog geweken achtte. Ook Poincaré, de president der Fransche Republiek bleek, hoewel wat minder verzekerd, deze meening te deelen. Het was evenwel spoedig duidelijk dat deze optimisten zich vergisten. Oostenrijk bleek de zaak met geweld te willen doorzetten. Den 28sten