is toegevoegd aan uw favorieten.

De moderne staatsgedachte in het licht der jongste encyclieken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo getuigt de encycliek Divini Redemptoris van het Communisme (8):

In het hedendaagsch Communisme verschuilt zich op een meer uitgesproken wijze dan in dergelijke bewegingen van het verleden, een valsch verlossingsbegrip. Een pseudoideaal van rechtvaardigheid, gelijkheid en broederschap in den arbeid doortrekt zijn gansche leer en zijn gansche werkzaamheid met een zekere valsche mystiek, welke de menigte, door bedriegelijke beloften aangelokt, een aanstekelijk élan en enthousiasme geeft, vooral in een tijd als de onze, waarin door een gebrekkige verdeeling van de goederen dezer aarde een meer dan gewone nood is ontstaan.

En op een andere plaats in de encycliek (15) staat geschreven:

Wanneer tenslotte allen de collectieve mentaliteit zouden hebben verworven, in een utopischen toestand van een maatschappij zonder eenig klassenverschil, zou de politieke §taat, die heden slechts beschouwd wordt als een werktuig van de overheersching der kapitalisten over de proletariërs, elke bestaansreden verliezen en „zich oplossen”; zoolang echter deze gelukzalige toestand nog niet verwerkelijkt is, is de staat en de staatsmacht voor het Communisme het krachtigste en meest universeele middel om zijn doel te bereiken.

Leg daarnaast de encycliek Mit brennender Sorge, waarin het Nationaal-Socialisme, wegens een gelijksoortige misvorming der Christelijke verlossingsleer, als volgt wordt gediskwalificeerd (12):

Het in het Evangelie van Jesus Christus bereikte hoogtepunt der Openbaring is definitief en verplicht voor altijd. Deze Openbaring kent geen toevoegsels door menschenhand, kent heelemaal geen surrogaat en vervanging door de „openbaringen”, welke bepaalde woordvoerders van den tegenwoordigen tijd willen afleiden uit de zoogenaamde mythe van bloed en ras... ... Wie in heiligschennende miskenning der wezensverschillen, welke gapen tusschen God en schepsel, tusschen den Godmensch en de kinderen der menschen den een of anderen sterveling, ook al ware hij de grootste aller tijden, naast Christus zou durven stellen, of zelfs boven Hem en tegen