is toegevoegd aan uw favorieten.

De moderne staatsgedachte in het licht der jongste encyclieken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HUIDIGE ZIELSZIEKTE

De lectuur der encyclieken geeft aanleiding tot tal van overwegingen. Eén kenmerk van deze monumenten treft den beschouwer wel in het bijzonder, vooral als hij zich daarbij den persoon van den schepper voor oogen stelt, een tachtigjarigen grijsaard. Dat is de brandende taal, de felle bewogenheid, waarmede beide zendbrieven zijn geschreven. Zij vormen een vernietigende kritiek op de zoo vaak geuite meening, dat Rome louter cerebraal en zonder temperament staat tegenover de groote historische vraagstukken.

De Communisme- en Duitschland-encycliek bewijzen, op schier ieder bladzijde, het tegendeel.

De beginselen en methoden van het Communisme worden „afstootend ruw en onmenschelijk genoemd” (15); ) a&n bepaalde Nationaal-Socialistische instantie’s wordt het verwijt gericht(l5):

Waar de ijver voor hervormingen niet uit den reinen schoot van persoonlijke zuiverheid werd geboren, maar de

1S) Vergelijk Divini Redemptoris (21): „Men kan werkelijk niet zeggen, dat deze gruwelen een voorbijgaand verschijnsel zijn, zooals dat elke groote omwenteling pleegt te begeleiden of alleenstaande excessen van woede, welke in eiken oorlog voorkomen. Neen. Het zijn de natuurlijke vruchten van een stelsel, dat geen enkele innerlijke rem kent. Een rem is noodig voor den mensch als individu zoowel als in de maatschappij. Ook de barbaarsche volkeren hadden die rem in de natuurwet, welke God in de ziel van eiken mensch gegrift heeft. En waar deze natuurwet het best is in acht genomen, ziet men de antieke volkeren oprijzen tot een grootheid, welke nog heden, zelfs meer dan juist is, sommige oppervlakkige beschouwers der geschiedenis verblindt. Doch indien men het Godsbegrip zelf uit de harten der menschen rukt, leidt dit noodzakelijk, door de menschelijke hartstochten, tot wreedheid en barbaarschheid.”