is toegevoegd aan uw favorieten.

De moderne staatsgedachte in het licht der jongste encyclieken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En geen ijdele rketorica is Het, als Pius XI in Divini Redemptoris (38) op de vraag: Heeft de Kerk niet gehandeld volgens Haar leer? met een verwijzing naar de Historie antwoordt:

Men kan dan ook in waarheid zeggen, dat de Kerk weldoende .aan allen door de eeuwen gaat.

Zoo is Het ook volkomen gerechtvaardigd, zoowel met Het oog op de leer der Katholieke Kerk als in Het licht der geschiedenis, wanneer dezelfde encycliek voor de Kerk vrijheid opeischt terwille van Het eeuwig èn Het tijdelijk welzijn der menschheid (79):

Wij vertrouwen, dat zij, die het lot der volkeren in handen houden, zoo zij eenig besef hebben van het uiterste gevaar, dat thans de volkeren bedreigt, steeds beter zullen begrijpen, dat het hun allergrootste plicht is de Kerk niet te hinderen in de vervulling van haar zending, en dit te meer, omdat zij bij de vervulling daarvan, strevend naar het eeuwig geluk van den mensch, toch ook onafscheidelijk arbeidt voor het ware tijdelijke welzijn.

De Katholieke totaliteitsgedachte is niet wereldvreemd. De werkelijkheid wordt niet uitgeschakeld noch ook

Socialisme vroeg hij (Leo XIII) daarbij hulp; het eerste immers had zijn volslagen onvermogen, om het maatschappelijk probleem op behoorlijke wijze op te lossen, reeds bewezen en het tweede schreef een geneesmiddel voor, dat veel erger was dan de kwaal en zou dan ook de menschelijke samenleving aan nog veel verschrikkelijker rampen hebben prijsgegeven. En hierbij ging de Paus zijn bevoegdheid stellig niet te buiten en was hij terecht van oordeel, dat de bewaking van den godsdienst en de leiding van het daarmede nauw verbondene hem op de eerste plaats was toevertrouwd. En nu het hier een geval betrof, waarvoor geen, althans geen aannemelijke oplossing kon gevonden worden, tenzij met behulp van den godsdienst en de Kerk, greep hij in, en, steunend alleen op de onveranderlijke beginselen, geput uit de schatkamer der natuurlijke rede en der goddelijke openbaring, omschreef en verkondigde hij onverschrokken, en als één, die gezag heeft, de rechten en plichten, waardoor de onderlinge verhouding van bezittenden en proletariërs, van hen, die kapitaal verschaffen, en hen, die arbeid presteeren, moet beheerscht worden, en ook, welke taak hier was weggelegd voor de Kerk, voor het staatsgezag en voor de betrokkenen zelf.”