is toegevoegd aan uw favorieten.

In dienst van de liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wen op God, ook nog nooit afgevraagd, hoe de verwezenlijking, van haar ideaal tot stand zal komen. „Helpen in de heidense landen. Zich zelf geheel en al geven voor het H. Missiewerk." Dat vraagt God van haar. De priester begrijpt en doorziet nu haar plannen. Maar om ze te volvoeren zal Helena in een klooster moeten gaan en zal dat wel ooit kunnen? De cultuurkamp woedt over het gehele land. Alom worden er kloosters opgeheven en de kloosterlingen verbannen. Zwijgend overdenkt de biechtvader de aangelegenheid van Helena. Dan wijst hij haar op de treurige toestanden, zoals hij die kent en schildert in sombere kleuren het lot der verdreven religieuzen, 't Is een grote teleurstelling voor het jonge meisje, dat alles te moeten horen, maar ze laat de moed niet zinken. Zoiets kan immers gauw voorbij gaan. Bij O. L. Heer is alles mogelijk. Toch ligt de volgende dagen die teleurstelling haar als een steen op het hart. Ze zoekt troost bij moeder. Ze vertelt van haar missieplannen en van haar verlangen, ze spoedig te kunnen doorzetten. Ze vermoedt helemaal niet, dat ze bij moeder op tegenstand zal stoten. Daarom valt het haar des te zwaarder, als ze uit moeders mond verneemt, dat zij de smart der scheiding niet zal kunnen overleven. Het is Helena dan alsof zij nooit haar moeder zulk een verdriet zal kunnen aandoen. En toch: „wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mijner niet waardig."

„Heer, wat wilt Gij dat ik doen zal?" Dit is de smeekbee, die voortdurend uit haar hart tot God opstijgt. Onveranderlijk antwoordt de drang in haar binnenste: „U geven voor het Missiewerk in de heidense landen." Telkens en telkens herhaalt ze dan aan haar biechtvader, Kapelaan Julich, het verzoek haar toch te helpen tot het bereiken van haar doel.

Hij, niet wetende hoe haar te raden, stuurt haar naar den Zeereerw. Heer Deken Goller. Gehoorzaam legt Helena hem haar plannen voor. Welwillend luistert hij en toont door zijn vriendelijk, opwekkend woord, dat hij het goed met haar meent. Maar hij vindt haar te jong. Twee jaar moet ze zeker nog wachten. Als dèn de tijd gunstig is, is hij bereid haar te helpen. Bedroefd gaat Helena naar huis. Wel herleeft de hoop spoedig weer en ziet ze vertrouwvol op naar de hemel, die haar niet in de steek zal laten, maar toch komen er vaak dagen, dat ze zich met alle kracht