is toegevoegd aan uw favorieten.

In dienst van de liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«en voorstel wel hebben kunnen aannemen?” Helena voelt dat ze een kleur krijgt. „Zou 't haar, de dochter van een welgestelden landbouwer, aan wie, bij erfrecht, gebouwen en landerijen van de gehele boerderij toekomen, passen, thuis alles er aan te geven en in Steyl als dienstmaagd bij het werk in de keuken te gaan helpen?”

Ze hoort reeds hoe vader en moeder en allen thuis er zich tegen verzetten. In haar verbeelding ziet ze op 't gezicht der dorpsbewoners een medelijdende lach. Ze trekken de schouders voor haar op. Hoe dwaas, hoe overspannen gaat ze doen. En tóch, vóór Helena in Rollesbroich is, staat het bij haar vast. Ze zal Pater Janssen schrijven, dat het haar vurig verlangen is, heel spoedig naar Steyl te komen, om daar als dienstmaagd al haar krachten te geven voor het missiewerk. Thuis gekomen maakt ze haar plannen bekend. Wat ze verwacht, gebeurt. Allen kijken haar met grote ogen aan. Ze zijn verbaasd dat ze zó iets kèn denken. Ze verklaren heel beslist, dat ze de uitvoering van haar plan nooit zullen toelaten. Toch hoopt ze nog. Misschien dat haar Biechtvader, kapelaan Julich, haar helpen zal. Juist het tegenovergestelde echter heeft plaats. Nooit zal hij er in toestemmen, dat zij zulk een onzekere toekomst tegemoet gaat. Ze moet naar een klooster gaan, waar ze dadelijk als postulante kan worden aangenomen. Anders maar thuisblijven. „Thuis kun je tenslotte ook hebben, wat je als dienstmaagd in ’t Missiehuis hebben zult. Ge kunt hier naar de kerk gaan en bidden zoveel je wilt en al je werk opofferen voor de missie.” Zo redeneert hij. Helena ziet het echter anders en ondanks de weigerende houding van allen, meent ze toch vast te moeten houden aan haar besluit. Enige weken later schrijft ze aan Pater Janssen: „Sinds mijn bezoek in Steyl zijn al mijn gedachten erop gericht, eenmaal in het missiehuis te worden opgenomen. Ik beloof U, Zeereerw. Vader, geen moeite of offers te schromen, om dat doel te bereiken. Reeds onderweg van Steyl naar huis, had ik het vurig verlangen, als dienstmaagd voor het missiehuis te mogen werken. Ondanks de weigerende houding van Ouders en Biechtvader blijf ik dit verlangen koesteren".

In de maand Augustus, die daarop volgt, houdt de parochie Simmerath haar jaarlijkse bedevaart naar Kevelaer. Op aan-