is toegevoegd aan uw favorieten.

In dienst van de liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kort antwoord. Pater Janssen had haar tot haar troost, wel dadelijk willen schrijven, maar hij is als altijd voorzichtig. Nooit wil hij de tijd voor het uitvoeren van Gods plannen vooruitlopen. Hij bidt, hij overlegt en stuurt op 28 October 1882 aan Helena het volgende briefje:

„U kunt bij ons intreden en wel hier in Steyl. De verdere ontwikkeling van de zaak moeten we aan God overlaten. Op een of andere manier wordt hier wel voor U gezorgd. Ik verzoek U echter deze woorden niet zó op te nemen, alsof ik mij tot iets zou willen verplichten. Het is niet nodig, dat U nu al afstand doet van uw bezittingen en die zaken regelt. Ik bid intussen den goeden God, dat Hij u zegene, sterke en met Zijn genaden vervulle en ik stel u onder de bescherming van de H.H. Harten van Jezus en Maria en van de Patronen van ons huis. Laat mij even weten of u komt en wanneer."

Helena leest deze nuchtere regelen. Voor iemand die Pater Janssen niet kent, mag het wel erg zakelijk klinken. Voor Helena is het niet zo. Zij ziet in hem den toekomstigen geestelijken vader, die ook nu reeds belang stelt in haar wel en wee. Het vertrouwen dat ze in hem heeft, wankelt geen ogenblik. Ze leest de brief nog eens. „U kunt bij ons intreden.” Ze mag komen. Dat weet ze nu en dat is haar genoeg. Zo gauw mogelijk zal ze gaan.

Meteen als ze dit voornemen maakt, meent ze de storm al te voelen opsteken. Ze vergist zich niet. Vader en moeder en ieder in huis verzet zich tegen het „onzinnige” van haar plan. Hoe is het mogelijk dat ze zulk een onzekere toekomst tegemoet kan gaan. „Bedenk toch,” zo moet ze van alle kanten horen, „dat je al 30 jaar bent. Je kunt niet meer „proberen” of het lukken zal. Vraag om opname bij een Congrgatie, die al langer bestaat; wordt daar postulante, we zullen u niet tegenhouden, maar als ge naar Steyl wilt, moeten we u tegen u zelf in bescherming nemen.”

Ondanks de pijn, die ze haar veroorzaken, begrijpt Helena, dat uit deze woorden oprechte liefde spreekt. Ze lijdt er te zwaarder om. En niemand is er die 't voor haar opneemt. Ook Kapelaan Julich weigert op 't herhaald verzoek van Helena heel beslist zijn toestemming. Hij gebiedt haar aan Rector Janssen te schrij-