is toegevoegd aan uw favorieten.

In dienst van de liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er ook niet onder lijden, in een kleine communiteit b.v. in de missie kon een zuster met een luimig, wispelturig karakter voor het gemeenschappelijk leven een kruis zijn. Daarom geeft ze Zuster Overste Andrea in de missie de raad: „Zorg toch dat de zusters altijd tevreden en blij zijn. Verdraag het vooral niet van de postulanten en novicen, dat ze toegeven aan stemmingen en grillen.”

Wordt het teken gegeven dat de recreatie uit is, dan moet ook weer streng gehouden worden aan het kloosterlijke stilzwijgen, „want,” zegt ze, „in een Congregatie waar het stilzwijgen wordt bewaard, daar zijn de leden van zelf ijverig, daar wordt graag en veel gebeden, de zusterlijke liefde beoefend en de gehoorzaamheid valt er niet zwaar.”

Hoe erg vindt ze het als de gehoorzaamheid door het overtreden van de regel van het stilzwijgen wordt geschaad, als men het waagt de bepalingen, door Oversten gegeven, te bekritizeren. „Laat ons er over nadenken hoe veel ergernis, verwarring en onrust uit onze lichtzinnige gesprekken voortkomen,” waarschuwt ze, „en hoe wij zo schuld kunnen zijn dat de goede geest in de Congregatie lijdt.”

De zorg voor die goede geest. Ze zou die aan de zusters willen overgeven zoals ze leeft in haar eigen hart. Zij heeft de Congregatie lief, ze eerbiedigt elk van haar regelen en voorschriften en wekt daartoe door daad en woord de zusters op.

„De H. Geest heeft onze Congregatie in het leven geroepen. Met heilige vreugde moeten wij daarom onze regelen en voorschriften nakomen. Het trouw naleven van de kloosterregel is voor ons de zekerste weg naar de heilkgheid...”

Aan de pas geprofeste zusters en de nieuwe novicen in Argentinië schrijft ze, tegelijk met de gelukwensen voor het feest: „Blijft altijd ijverige en trouwe kinderen van de Congregatie. Houdt vast aan de heilige regel en weest steeds kinderlijk openhartig jegens Uw Oversten. Dan zal O. L. Heer U ook zegenen en U zult gelukkig zijn in Uw heilige ropeing.”

Voor die heilige roeping is Moeder Jozefa zelf zo dankbaar. „Ik verlang niets dan de geringste te zijn en mij voor het werk van de verbreiding van ons heilig geloof, geheel ten offer te brengen.” Dat is en blijft haar gezindheid. Graag zou ze, als zovele