is toegevoegd aan uw favorieten.

In dienst van de liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T.ang voor Hij komt vraagt ze de ziekenzuster haar klaar te maken. Stil ligt ze dan naar Hem te verlangen, om Hem te ontvangen.

De zuster die bij haar is moet luidop bidden, opdat ze toch zeker niet zal insluimeren. Op zekere dag is Zuster Winifriede, een Engelse zuster, bij de zieke. Ze begint Duits te bidden maar in de veronderstelling dat Moeder het toch niet hoort slaat ze een tijdje daarna 'n Engels gebedenboek open. Nauwelijks heeft ze enkele zinnen gezegd of Moeder Jozefa opent verbaasd de ogen, ze kijkt de zuster aan, doch opeens begrijpend, knikt ze haar vriendelijk toe. Ja ze mag gerust wat in 't Engels bidden als ze dat liever doet. Als er maar gebeden wordt. En nooit wordt Moeder Jozefa dat moe.

„Wat zal ik nu nog bidden, Moeder?" vraagt Zuster Veronika op een keer.

„Als U niets meer weet dan zeg maar telkens: Mijn Jezus barmhartigheid.”

„Maar Moeder bidt U dan altijd?”

„Ik weet het eigenlijk zelf niet, maar ik voel dat ik altijd bid," antwoordt ze.

Van dag tot dag worden de pijnen ondraaglijker. Aan het rechterbeen ettert het koude vuur. Middelen om de smarten te lenigen helpen niet meer. In de nacht van 19 op 20 Mei zegt Moeder Jozefa: „Vandaag zal ik wel sterven.” Ze voelt haar totale uitputting en ligt tot de morgen heel stil. Dan komt Jezus weer en Hij zal haar sterken voor het lijden. De dood vreest zij niet, haar hart is immers bereid. Haar enige zorg is dat zij tot het laatste ogenblik de kracht mag hebben uit liefde alle pijnen te verduren.

Daar hoort ze de altaarschel. Jezus komt! Nog enkele ogenblikken. Dan buigt de priester over haar heen, de H. Hostie in de hand. Ze probeert de mond te openen. Het gaat niet meer. Met 'n onuitsprekelijk verlangen in haar blik, ziet ze de H. Hostie aan. De priester belooft na de H. Mis nog eens terug te keren, misschien dat ze dan meer kracht heeft. Na een half uur is de toestand echter hetzelfde. Wat later betreedt de biechtvader, Zeereerw. Pater Steger, de ziekenkamer. Hij ziet het naderend einde en met een: „Geloofd zij Jeuzs Christus , groet hij de zieke. Ze schijnt er op te antwoorden. Dan vraagt hij haar of zij