is toegevoegd aan uw favorieten.

Succes in de bakkerij

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het deeg moet geheel zoo glad en droog mogelijk worden afgewerkt. Zoodra het deeg klaar is, laat men het eenmaal aankomen en daarna wordt afgewogen. Werkt men zonder verdeelmachine, dan wordt afgewogen op 71/2 looden, men deelt dit in tweeën voor twee bolletjes. Is een verdeelmachine aanwezig, dan weegt men de deegstukjes anders af en zal dit gemiddeld ongeveer 11 ons moeten zijn.

Om nu mooie beschuit te krijgen, is het gewenscht ze eerst opgebold op planken te zetten en daarna uit te rollen met rolstokje; dus uitgerold op de plaat zetten. Dan even met een kwastje met olie aanzetten. Zoodra de bollen iets zijn aangekomen, zet men de doppen erop.

Voor het vlugge rijzen zet men ze in de rijskast, waar de temperatuur minstens 80° F. en de vochtigheidsgraad ongeveer 70 è 80° F. is. Zet b.v. een pannetje met heet water in de rijskast.

Zoodra de gaatjes in de doppen zich gaan vullen, kan men in den regel tot bakken overgaan in een warmen oven bij ca. 265° C. Hebben ze van boven en onder een goede kleur, dan is dit meestal een bewijs, dat de bollen gaar zijn. Dan ook zoo spoedig mogelijk doppen er af, afkoelen en snijden op de beschuitsnijmachine. Wij raden U nog aan, onder- en bovenkanten apart te houden en afzonderlijk op de platen te zetten, daar de ondervinding heeft geleerd, dat de bovenkanten vlugger kleuren en drogen dan de onderkanten.

Evenzoo het afhalen der doppen, doet men dit niet dadelijk, dan bestaat de mogelijkheid, dat door condensatie de bollen nat worden en daardoor invallen. Nooit te vol afbakken, daar anders de kans bestaat, dat de bollen onder de doppen uitsteken, wat geen mooie beschuiten geeft. Wij gebruiken stalen doppen met een doorsnede van 10 c.m. en 2^2 c.m. diep.