is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwijten, dat hij haar van mijn grootvader, dien zij beweerde lief gehad te hebben, had afgetroggeld door haar te verzekeren, dat hij een diepe liefde voor haar koesterde en door hem in het geheim te dreigen, dat hij, als hij haar niet opgaf, aangeklaagd zou worden als een staatsvijand. (Dit laatste was absoluut onwaar.) En kijk nu eens, zeide zij, hoe ik ben beetgenomen! Die hartstochtelijke minnaar bleek helemaal geen man te zijn; iedere arme kolenbrander of slaaf was meer man dan hij! Zelfs Julia was zijn eigen dochter niet en hij wist het. Hij was alleen goed, zeide zij, om een vrouw aan te halen, haar te verfrommelen, te kussen en toe te lonken als een zingende eunuch. Tevergeefs beweerde Augustus, dat hij bij andere vrouwen een Hercules was. Of zij weigerde het te geloven, óf zij beschuldigde hem, dat hij bij andere vrouwen verspilde, wat hij haar onthield. Maar opdat dit geen praatjes zou geven, wendde zij eens voor, een kind van hem te verwachten en later, dat zij een miskraam gehad had. Schaamte en onverwoestbare liefde bonden Augustus sterker aan haar, dan wanneer hun wederzijds verlangen ’s nachts gestild was of wanneer zij hem een dozijn flinke kinderen had geschonken. En zij droeg de grootste zorg voor zijn gezondheid en zijn welbehagen en was hem trouw, daar zij van nature geen begeerte kende dan naar macht; en hiervoor was hij zo dankbaar, dat hij zich door haar liet leiden en regeren in al zijn publieke en persoonlijke daden. Ik heb door oude paleisdignitarissen vertrouwelijk horen verklaren, dat Augustus, na met mijn grootmoeder getrouwd te zijn, nooit naar een andere vrouw keek. Toch deden er in Rome allerlei praatjes de ronde van zijn affaires met vrouwen en dochters van notabelen. Als Livia na zijn dood verklaarde, hoe zij zo geheel zijn genegenheid had beheerst, placht zij te zeggen, dat zij dat had kunnen doen, niet alleen omdat zij hem trouw was geweest, maar ook omdat zij zich nooit bemoeid had met zijn voorbijgaande liefdesgeschiedenissen. Ik geloof zeker, dat zij al die praatjes verspreidde, om hem iets te verwijten te hebben.

Als men mij ter verantwoording roept voor de juistheid van deze merkwaardige geschiedenis, zal ik die geven. Het eerste deel, dat betrekking heeft op de scheiding, hoorde ik van Livia’s eigen lippen in het jaar, waarin zij stierf. De rest, betreffende Augustus’ impotentie, hoorde ik van een vrouw genaamd Briseïs, een linnenmeisje van