is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn moeder, die daarvoor als kamenier bij mijn grootmoeder had gediend. Daar zij toen pas zeven jaar was, liet men haar getuige zijn van gesprekken, in het vertrouwen dat zij nog te jong was, om die te begrijpen. Ik geloof, dat mijn voorstelling juist is, en zal dat blijven doen, tot zij vervangen wordt door een andere, die even goed met de feiten overeenkomt. Naar ik meen, is het vers van de Sibylle over de „vrouw, die geen vrouw was” hiermee in overeenstemming. Neen, ik kan hier dit verhaal niet besluiten. Terwijl ik het schreef, naar ik veronderstel met den opzet, Augustus’ goeden naam te dekken, heb ik iets achter gehouden, dat ik nu ten slotte toch maar zal neerschrijven. Want zoals het spreekwoord zegt: „waarheid helpt de geschiedenis verder”. Het is dit. Mijn grootmoeder Livia bevestigde vernuftig haar invloed op Augustus, door hem uit eigen beweging in het geheim mooie jonge vrouwen te geven om mee te slapen, telkens als zij bemerkte, dat de hartstocht hem rusteloos maakte. Dat zij dit voor hem deed, zonder er van te voren of later iets van te zeggen en zonder iets van jaloezie te tonen, die zij naar zijn overtuiging als vrouw moest voelen; dat dit alles heel voegzaam en rustig gebeurde — de jonge vrouwen (die zij zelf op de Syrische slavenmarkt uitzocht — hij gaf de voorkeur aan Syrischen) — werden ’s nachts in zijn slaapkamer gebracht met een klopje en het rammelen van een ketting als signaal en vroeg in den morgen weer weggeroepen door een dergelijk klopje en gerammel —; en dat zij zwegen in zijn tegenwoordigheid alsof zij nachtgeesten waren, die in den droom kwamen — dat zij dit alles zo vol zorg wist klaar te spelen en zelf hem trouw bleef in spijt van zijn impotentie bij haar, hij moet het als een volmaakt bewijs van de meest oprechte liefde beschouwd hebben. U zult mij tegenwerpen, dat Augustus in zijn positie de schoonste vrouwen van de wereld gehad kon hebben, slavin of vrij, getrouwd of ongetrouwd, om aan zijn lust te voldoen, zonder de hulp van Livia, die ze hem verschafte. Dit is waar, maar het is niettemin ook waar, dat hij na zijn huwelijk met Livia geen vlees proefde, zoals hij eens zelf zei (al was het misschien in een ander verband), dat zij niet geschikt had bevonden om te eten.

Livia had dus geen aanleiding om jaloers te zijn op vrouwen, behalve misschien alleen op haar schoonzuster, mijn andere grootmoeder, Octavia, wier schoonheid even-